Ga naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Volledige cursus · 100 % gratis

De theoriecursus

  • 50 lessen
  • 16 hoofdstukken
  • 7 u 17 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Soorten verkeersborden in Vlaanderen: 6 categorieën · 8 min

Wanneer is je theorie-examen?

Zware overtredingen op het theorie-examen

10 min leestijdHoofdstuk: OvertredingenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Een zware overtreding is een fout antwoord op een vraag over de derde of vierde graad, of over de maximumsnelheid. Dat kost vijf punten.
  • Twee zulke fouten en je bent uitgesteld. Eén mag, met vier lichte fouten.
  • Derde graad: iemand rechtstreeks in gevaar brengen, of een bevel negeren.
  • Vierde graad: zeven overtredingen. Die leer je eerst.
  • Stopbevel met de arm horizontaal of een zwaaiend rood licht negeren: vierde graad. Elk ander bevel negeren: derde graad.

Het verschil tussen derde en vierde graad staat hieronder.

Rood licht, verboden richting, keren op de autosnelweg: die vragen kosten vijf punten. Je start met vijftig punten en je hebt er eenenveertig nodig. Twee zware overtredingen, en je bent uitgesteld.

Hieronder komt eerst de derde graad, per familie, en daarna de zeven van de vierde. Leren doe je omgekeerd: begin bij de zeven.

Wat is een zware overtreding op het theorie-examen?

Definitie. Een zware overtreding is een fout antwoord op een vraag over een overtreding van de derde of vierde graad, of over het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid. Een lichte fout kost één punt, een zware vijf.

De derde graad: iemand rechtstreeks in gevaar brengen, of een bevel negeren. De vierde graad doet dat ook, en leidt bij een ongeval bijna altijd tot lichamelijke schade. Te snel rijden staat niet in de graadlijst, maar een fout antwoord op een vraag erover telt wel als zware overtreding.

Op het examen. Vijftig vragen, na het voorlezen vijftien seconden. Slaagcijfer: eenenveertig. Hoogstens negen lichte fouten, of één zware overtreding en vier lichte fouten. Bij twee zware overtredingen ben je uitgesteld.

Bij welke graden is een fout antwoord op het theorie-examen een zware overtreding?

Wat valt onder de derde graad bij bevelen, inhalen en de rijbaan?

Bevelen:

  • je geeft niet meteen gevolg aan een bevel van een bevoegd persoon;
  • je verplaatst je stilstaande of geparkeerde voertuig niet als hij dat vraagt;
  • je volgt de aanwijzingen niet van een gemachtigd opzichter die kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden laat oversteken.

Inhalen, kruisen en strepen:

  • links inhalen terwijl je de tegenliggers niet ver genoeg ziet;
  • iemand haalt je links in en jij wijkt niet zo ver mogelijk naar rechts uit, of je voert je snelheid op;
  • een doorlopende witte streep overschrijden, of links ervan rijden als ze de twee richtingen scheidt;
  • een doorlopende oranje streep overschrijden, of een doorlopende streep van oranje spijkers op korte, regelmatige afstand van elkaar;
  • niet rechts kruisen, of zonder voldoende zijdelingse afstand. Bij een hindernis vertraag je en stop je zo nodig voor de tegenliggers;
  • een tram op de rijbaan kruis je rechts. Links mag alleen als rechts niet kan door een te smalle doorgang of een hindernis, en zonder tegenliggers in gevaar te brengen.

Links inhalen is derde graad in deze gevallen, als je een gespan, een tweewielig motorvoertuig of een voertuig met meer dan twee wielen inhaalt:

  • op een overweg met het bord overweg voor enkel spoor of voor twee of meer sporen, het Sint-Andrieskruis. Niet als er slagbomen zijn of verkeerslichten het verkeer regelen;
  • als de bestuurder die je wil inhalen zelf een voertuig inhaalt dat geen fiets, tweewielige bromfiets of tweewielige motorfiets is. Wel toegelaten op drie of meer rijstroken in jouw richting;
  • als de bestuurder die je wil inhalen een oversteekplaats voor voetgangers of voor fietsers en bromfietsers nadert of ervoor stopt, zonder agent en zonder verkeerslicht.

Ook het bord links inhalen verboden negeren is derde graad. Het verbiedt tot en met het volgende kruispunt alleen het links inhalen van een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen.

Bord overweg voor enkel spoor, het Sint-Andrieskruis
Overweg voor enkel spoor: een gespan, een tweewielig motorvoertuig of een voertuig met meer dan twee wielen hier links inhalen is derde graad, tenzij er slagbomen of verkeerslichten zijn.
Bord overweg voor twee of meer sporen
Overweg voor twee of meer sporen: hetzelfde inhaalverbod als bij enkel spoor.
Rond bord: links inhalen verboden
Links inhalen verboden: tot en met het volgende kruispunt haal je geen gespan en geen voertuig met meer dan twee wielen links in. Een fiets of een motorfiets met twee wielen valt er niet onder.
Onthoud. Bij een fietser of een bromfietser laat je minstens één meter ruimte. Buiten de bebouwde kom minstens 1,5 meter. Minder dan één meter is derde graad.

Je haalt in Leuven een fietser in, binnen de bebouwde kom, met 80 cm tussenruimte. Wat klopt?

Bij twee of drie duidelijk gescheiden rijbanen volg je de linkerrijbaan niet, tenzij een plaatselijk reglement dat toelaat.

Kun je op een smalle rijbaan moeilijk kruisen of inhalen, dan mag je de gelijkgrondse berm volgen, die even hoog ligt als de rijbaan, zonder de weggebruikers daar in gevaar te brengen.

Op de pechstrook rijden is derde graad. Uitzonderingen: een prioritair voertuig met een dringende opdracht en, bij stilstaand of sterk vertraagd verkeer, een takelwagen of personen en diensten die het parket of de politie oproept, op weg naar een incident op of langs de autosnelweg of autoweg.

Wat met voetgangers, lichten en je gsm?

Afslaan:

  • links afslaan: voorrang aan de tegenliggers op de rijbaan die je verlaat;
  • ga je daarvoor naar links, kijk dan of niemand achter je al inhaalt, en breng de bestuurders op de weg die je verlaat niet in gevaar;
  • van richting veranderen: voorrang aan bestuurders en voetgangers op de andere delen van dezelfde weg;
  • en aan de voetgangers die de rijbaan oversteken waarop jij wil rijden.

Voetgangers en andere kwetsbare weggebruikers:

  • geen voetgangers in gevaar brengen op het trottoir, op een deel dat voor hen voorbehouden is, op de berm, op een vluchtheuvel, of als ze volgens de regels op de rijbaan lopen;
  • zonder agent of verkeerslicht nader je een oversteekplaats met matige snelheid en verleen je voorrang aan wie erop is of op het punt staat erop te gaan;
  • mét agent of licht laat je wie volgens de regels op de rijbaan is gegaan, in een normaal tempo de oversteek afmaken. Is jouw richting gesloten, dan stop je voor de oversteekplaats;
  • in een woonerf of erf breng je voetgangers niet in gevaar en hinder je hen niet. Zo nodig stop je. Bij kinderen ben je dubbel voorzichtig;
  • in een voetgangerszone rijd je stapvoets, je laat de doorgang vrij en je stopt zo nodig;
  • in een speelstraat ook stapvoets. Spelende voetgangers gaan eerst. Fietsers stappen af als het moet;
  • op een weg voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs breng je de anderen niet in gevaar;
  • je rijdt niet door een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden, in rijen of bij het oversteken.
Bord oversteekplaats voor voetgangers
Oversteekplaats voor voetgangers: zonder agent of licht verleen je voorrang aan wie erop is of op het punt staat erop te gaan.
Bord begin van een voetgangerszone
Begin van een voetgangerszone: hier rijd je stapvoets.
Bord begin van een woonerf of een erf
Begin van een woonerf of een erf: voetgangers hinder je niet.
Een bestelwagen rijdt een overstekende voetganger aan
Iemand rechtstreeks in gevaar brengen is de kern van de derde graad.
Onthoud. Brengt de situatie in de vraag een voetganger, een kind of een fietser rechtstreeks in gevaar? Denk dan aan de derde graad. Dat is de kern van die graad, en het helpt als je twijfelt.

Prioritaire voertuigen, bussen en groepen:

  • hoor je het speciaal geluidstoestel van een prioritair voertuig, dan maak je meteen de doorgang vrij. Zo nodig stop je;
  • bij een gesignaleerd voertuig dat kinderen vervoert ben je dubbel voorzichtig. Branden al zijn richtingaanwijzers, dan matig je je snelheid sterk en stop je zo nodig: de kinderen gaan in- of uitstappen;
  • langs een stilstaande autobus, autocar, trolleybus, minibus of tram die reizigers laat in- of uitstappen, matig je je snelheid;
  • is er aan de halte van een voertuig voor gemeenschappelijk vervoer geen vluchtheuvel, dan stop je aan de kant waar de reizigers in- of uitstappen, tot ze het voertuig, het trottoir of de berm veilig bereiken. Daarna vertrek je met matige snelheid;
  • je rijdt niet door een militaire colonne, een stoet, een wielerwedstrijd of een wedstrijd zonder motor;
  • nadert een groep renners, dan wijk je uit en stop je. Aanwijzingen van signaalgevers en groepsleiders volg je.

Lichten en het bord verboden richting:

  • rood licht: niet voorbij de stopstreep, of voorbij het licht zelf als er geen streep is;
  • een groene pijl bij rood: alleen die richting, en voorrang aan bestuurders uit andere richtingen en aan voetgangers;
  • een rood kruis boven een rijstrook: die strook is verboden;
  • het bord verboden richting voor ieder bestuurder: die richting rijd je niet in;
  • tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, of als je geen 200 meter ver ziet: dimlichten of grootlichten vooraan, rode lichten achteraan. Een aanhangwagen met verplichte lichten: twee witte vooraan, rode achteraan;
  • breder dan 2,50 meter: in diezelfde omstandigheden ook de omtreklichten.
Rond rood bord met witte balk: verboden richting
Verboden richting voor ieder bestuurder: die richting inrijden is derde graad.

In de auto:

  • een kind jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm zit in een geschikt kinderbeveiligingssysteem;
  • je vervoert niet meer kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm dan er plaatsen zijn met een gordel of een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem, plus de plaatsen die daar niet mee uitgerust hoeven te zijn;
  • geen toestel met een scherm gebruiken, vasthouden of manipuleren, tenzij het in een houder aan de auto zit;
  • je moet in staat zijn te sturen: lichamelijk geschikt zijn, de nodige kennis en rijvaardigheid hebben, alle nodige manoeuvres kunnen uitvoeren en je voertuig voortdurend goed in de hand houden.
Valkuil. Je hoeft niet eens te bellen. Een gsm vasthouden terwijl je rijdt, zonder houder aan de auto, is al derde graad. Het mag alleen als je voertuig stilstaat om iemand te laten in- of uitstappen of om te laden of te lossen, of als het geparkeerd is.

Je gsm zit niet in een houder. Tijdens het rijden neem je hem vast om van muziek te wisselen, zonder te bellen. Wat klopt?

Welke zeven overtredingen zijn van de vierde graad?

De vierde graad is de top: bij een ongeval leiden ze bijna altijd tot lichamelijke schade. Het zijn er zeven.

  1. Een stopbevel negeren: de arm of de armen horizontaal, of een rood licht dat dwars voor je zwaait.
  2. Een bestuurder aansporen of uitdagen om overdreven snel te rijden.
  3. Een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links inhalen bij het naderen van de top van een helling of in een bocht, als het zicht onvoldoende is. Behalve als je kunt inhalen zonder de doorlopende witte streep naar de tegenliggers te overschrijden.
  4. Een overweg oprijden terwijl de slagbomen bewegen of dicht zijn, de rode knipperlichten branden of de bel gaat.
  5. Op een autosnelweg of autoweg een dwarsverbinding nemen, keren, achteruitrijden of in de tegengestelde richting rijden.
  6. Stilstaan of parkeren op een overweg.
  7. Een snelheids- of sportwedstrijd op de openbare weg, zonder speciale toelating.
Waarschuwingsbord overweg met slagbomen
Overweg met slagbomen: oprijden terwijl ze bewegen of dicht zijn, is vierde graad. Hetzelfde bij rode knipperlichten of een bel die gaat.

De plaats maakt het verschil. Links inhalen terwijl je de tegenliggers niet ver genoeg ziet, is derde graad. Een auto inhalen bij het naderen van een top of in een bocht met onvoldoende zicht is vierde.

Onthoud. De zeven: horizontale arm of zwaaiend rood licht, iemand aansporen om te snel te rijden, inhalen bij het naderen van een top of in een bocht zonder voldoende zicht, een overweg oprijden bij slagbomen of bel, keren op de autosnelweg, stilstaan op een overweg, een wedstrijd op de weg.
Valkuil. De arm recht omhoog is ook een stopbevel, maar dat negeren is derde graad. Alleen de horizontale arm en het rood licht dat dwars zwaait zijn vierde graad. Elk ander bevel blijft derde graad.

Een agent in Mechelen steekt één arm recht omhoog. Jij rijdt door. Welke graad is dat?

Je keert op de autosnelweg bij Antwerpen. Welke graad is dat?

Hoe onthoud je dit voor het examen?

  • eerst de zeven van de vierde graad;
  • wie loopt gevaar? Iemand rechtstreeks in gevaar brengen is minstens derde graad;
  • leer per familie: bevelen, inhalen, voorrang, kwetsbare weggebruikers, bussen, lichten, in de auto.

Herhaal de kaarten en doe daarna de quiz. Mik op nul zware overtredingen.

De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz10
Verkeersbord: Verboden richting voor ieder bestuurder
Verboden richting voor ieder bestuurder
Verkeersbord: Vanaf het verkeersbord tot en met het volgend kruispunt, verbod een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen, links in te halen
Vanaf het verkeersbord tot en met het volgend kruispunt, verbod een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen, links in te halen
Verkeersbord: Overweg met slagbomen
Overweg met slagbomen
Verkeersbord: Overweg zonder slagbomen
Overweg zonder slagbomen
Verkeersbord: Overweg voor enkel spoor
Overweg voor enkel spoor
Verkeersbord: Overweg voor twee of meer sporen
Overweg voor twee of meer sporen
Verkeersbord: Oversteekplaats voor voetgangers
Oversteekplaats voor voetgangers
Verkeersbord: Begin van een voetgangerszone
Begin van een voetgangerszone
Verkeersbord: Begin van een woonerf of van een erf
Begin van een woonerf of van een erf
Verkeersbord: Begin van de weg of deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs
Begin van de weg of deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methodologie
  • Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad, artikelen 3 en 4
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, Vlaamse versie
  • GOCA Vlaanderen, brochure van het theorie-examen, Doc. 130
  • Vlaanderen.be, theorie-examen voor rijbewijs B
  • Gecoördineerde Wet betreffende de politie over het wegverkeer (16 maart 1968): artikel 29
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie): artikelen 9, 15, 16, 17, 40bis, 40ter, 72, 73, 2.22, 8, 19, 22bis, 22quinquies, 22sexies, 22septies, 35, 38, 39bis, 40, 41, 44, 61, 62bis, 10, 20, 21, 22, 24 en 50
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie), verkeersborden: bord C35, bord A45, bord A47, bord C1, bord F12a, bord F49, bord F103, bord F99a en bord A41

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Rijbewijs B Theorie. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze controlemethode.

Credits van de afbeeldingen. Beelden en schema’s: Rijbewijs B Theorie ; Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975).