Ga naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Volledige cursus · 100 % gratis

De theoriecursus

  • 50 lessen
  • 16 hoofdstukken
  • 7 u 17 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Soorten verkeersborden in Vlaanderen: 6 categorieën · 8 min

Wanneer is je theorie-examen?

Gevaarsborden: wat ze betekenen en hoe je reageert

9 min leestijdHoofdstuk: De verkeersbordenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Een gevaarsbord waarschuwt je voor een gevaar. Meestal is het een driehoek met een rode rand.
  • Het staat rechts van de weg, gewoonlijk op ongeveer 150 meter van de gevaarlijke plaats.
  • Staat het dichterbij of verder weg, dan geeft een onderbord de afstand aan.
  • Je reactie: je snelheid aanpassen aan het gevaar, het weer, het zicht en de staat van de weg.
  • Alleen de borden overweg voor enkel spoor en overweg voor twee of meer sporen zijn geen driehoek. Ze staan bij de overweg zelf.

De borden een voor een, met afbeeldingen en de valkuilen: alles staat hieronder.

Ongeveer 150 meter: zoveel ruimte geeft de weg je om te reageren. Je rijdt over een landweg bij Leuven en rechts verschijnt een driehoek met een rode rand. Even verder wacht een scherpe bocht, een glad stuk weg of een oversteekplaats. Ken je de gevaarsborden, dan weet je vooraf wat eraan komt en hoe je reageert. Dat leer je hier, bord na bord.

Wat is een gevaarsbord?

Definitie. Een gevaarsbord is een verkeersbord dat een gevaar aankondigt. De meeste zijn een driehoek met een rode rand op een witte achtergrond, met in het midden een tekening van het gevaar.

Die tekening vertelt je wat eraan komt: een bocht, een steile helling, een glad wegdek, kinderen, een overweg. De boodschap is altijd dezelfde: hier moet je extra opletten.

Je vindt gevaarsborden rechts van de weg. Kan dat ter plaatse niet, dan mag het bord ook boven de rijbaan hangen. Waar het verkeer het nodig maakt, mag een bord herhaald worden.

Hoe ver voor het gevaar staat een gevaarsbord?

Onthoud één getal: een gevaarsbord staat gewoonlijk op ongeveer 150 meter van de gevaarlijke plaats. Dat ‘ongeveer’ telt, want niemand meet het op de meter af. Bij een bocht wordt de afstand gemeten vanaf het begin van de bocht.

Soms staat een bord dichterbij of verder weg dan 150 meter. Dat mag in bijzondere omstandigheden. Dan geeft een onderbord ongeveer de afstand aan.

Ook de lengte van een gevaarlijk stuk weg kan op een onderbord staan. Bij een reeks bochten of een reeks verhoogde inrichtingen staat het bord maar één keer, vóór de eerste. Het onderbord geeft dan de lengte van het hele stuk.

Onthoud. Een gevaarsbord staat rechts van de weg, gewoonlijk op ongeveer 150 meter van het gevaar. Staat het dichterbij of verder weg, dan geeft een onderbord de afstand. Alleen de borden voor een overweg voor enkel spoor of voor twee of meer sporen staan aan de overweg zelf.

Je rijdt in Gent en ziet rechts van de weg een gevaarsbord. Op welke afstand van het gevaar staat het gewoonlijk?

Hoe reageer je op een gevaarsbord?

Neem het bord voor een gevaarlijke bocht naar links. Het zegt dat er ongeveer 150 meter verder zo’n bocht komt. Wat doe je dan? Je past je snelheid aan en rijdt voorzichtig, zodat je geen ongeval veroorzaakt.

Een gevaarsbord staat langs een Vlaamse landweg, ruim voor een bocht naar links.
Gevaarlijke bocht naar links: het bord staat ongeveer 150 meter voor de bocht.

Hoeveel trager je gaat, hangt af van wat er rond je gebeurt. Je stemt je snelheid af op:

  • de andere weggebruikers, vooral de meest kwetsbare: voetgangers en fietsers;
  • het weer: regen, sneeuw of ijzel;
  • het zicht: donker, schemering of mist;
  • de staat van de weg: oneffenheden, een slecht wegdek, modder of olie op de rijbaan.

Een goede vuistregel: hoe meer risico’s samenkomen, hoe trager je rijdt en hoe alerter je blijft. Je moet bovendien altijd kunnen stoppen voor een hindernis die je kunt voorzien. Het bord vertelt je net wat er aankomt.

Valkuil. Een gevaarsbord waarschuwt, het beveelt geen manoeuvre. Het zegt niet ‘stop’ of ‘draai af’. Jij vermindert je snelheid en let beter op, zodat je tijdig kunt reageren.

Je rijdt in de Vlaamse Ardennen en het regent hard. Voor je staat een gevaarsbord voor een gevaarlijke daling. Wat doe je?

Onthoud. Stel jezelf bij elk gevaarsbord drie vragen: wat kondigt het aan, op welke afstand staat het en wat verander ik aan mijn rijgedrag? Kun je alle drie beantwoorden, dan ken je het bord.

Bochten, hellingen en verrassingen op de rijbaan

De eerste groep waarschuwt voor de weg zelf: het verloop van de weg en het wegdek. Het gaat om:

  • een gevaarlijke bocht, naar links of naar rechts;
  • een dubbele bocht of een reeks van meer dan twee bochten, waarvan de eerste naar links of naar rechts gaat;
  • een gevaarlijke daling (de weg loopt naar beneden) en een steile helling (de weg stijgt);
  • een rijbaanversmalling;
  • een beweegbare brug en een uitweg op een kaai of een oever;
  • een uitholling overdwars, een ezelsrug en een verhoogde inrichting;
  • een glibberige rijbaan, kiezelprojectie en vallende stenen.

Een uitholling overdwars is een dip dwars over de weg, een ezelsrug een bult. Een verhoogde inrichting is een verhoging dwars over de weg, bedoeld om de snelheid te matigen.

Niet elke bocht of helling krijgt een bord. Een bord voor een bocht staat alleen bij een bocht die onverwacht opduikt of waarvoor je flink moet vertragen. Een daling of helling krijgt alleen een bord als ze minstens 7 procent is.

Gevaarsbord: gevaarlijke bocht naar rechts
Gevaarlijke bocht naar rechts: de tekening toont de richting van de bocht.
Gevaarsbord: dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar links
Dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar links.
Valkuil. Bij een dubbele bocht telt de eerste bocht op het bord. Er bestaan twee bijna identieke borden: bij het ene gaat de eerste bocht naar links, bij het andere naar rechts. Kijk dus eerst naar de richting van de eerste bocht.
Gevaarsbord: gevaarlijke daling
Gevaarlijke daling: de weg loopt naar beneden.
Gevaarsbord: glibberige rijbaan
Glibberige rijbaan: de weg kan glad zijn.

Bij het bord voor een glibberige rijbaan kan een onderbord zeggen wanneer de weg glad wordt, bijvoorbeeld bij ijzel, sneeuw of nat wegdek.

Wie of wat kan er plots opduiken?

De tweede groep waarschuwt voor weggebruikers, dieren en situaties die je plots op je weg kunt tegenkomen:

  • een oversteekplaats voor voetgangers (het zebrapad);
  • een plaats waar speciaal veel kinderen komen;
  • een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen, of een plaats waar zij van het fietspad op de rijbaan komen;
  • doortocht van groot wild en doortocht van vee;
  • werken, verkeerslichten en een file;
  • overtocht van vliegtuigen op geringe hoogte en zijwind;
  • verkeer in beide richtingen na een stuk met eenrichtingsverkeer.
Gevaarsbord: oversteekplaats voor voetgangers
Oversteekplaats voor voetgangers: dit bord waarschuwt vooraf. Het blauwe bord op de oversteekplaats zelf duidt het zebrapad aan.
Gevaarsbord: plaats waar speciaal veel kinderen komen
Plaats waar speciaal veel kinderen komen, bijvoorbeeld bij een school of speelplein.
Valkuil. Het bord met de kinderen kondigt een plaats aan waar speciaal veel kinderen komen, bijvoorbeeld bij een school of speelplein. Staat het samen met het bord voor het begin van een zone 30, dan begint daar een schoolomgeving.
Gevaarsbord: doortocht van groot wild
Doortocht van groot wild: hier steken regelmatig herten, reebokken of everzwijnen over.
Gevaarsbord: werken
Werken: pas ook hier je snelheid aan.

Het bord voor zijwind staat waar vaak een sterke zijwind waait en een windzak voorzien is. Het bord voor verkeerslichten staat buiten de bebouwde kom bij lichten die je door de ligging niet vanop ongeveer 150 meter kunt zien.

Bij het bord voor verkeer in beide richtingen geeft een onderbord de lengte van het stuk. Reken op tegenliggers.

Gevaarsbord: verkeer toegelaten in beide richtingen na een gedeelte met eenrichtingsverkeer
Verkeer in beide richtingen na een stuk met eenrichtingsverkeer.
Gevaarsbord dat een file aankondigt.
File: pas je snelheid aan, zodat je tijdig kunt stoppen.

Bij elk van deze borden geldt dezelfde logica als bij de bocht: je vermindert je snelheid, je kijkt goed rond en je bent klaar om te reageren.

Welke borden bij een overweg zijn anders?

Bij een overweg kruist de weg een spoorlijn. Daarvoor bestaan vier gevaarsborden. Twee ervan zijn gewone driehoeken, de andere twee werken anders.

Eerst de gewone. Het bord overweg met slagbomen toont een slagboom. Het bord overweg zonder slagbomen toont een locomotief. Hier komt geen slagboom die je tegenhoudt: je mag de overweg pas oprijden nadat je je ervan vergewist hebt dat er geen trein nadert. Beide staan op ongeveer 150 meter van de overweg.

Gevaarsbord: overweg met slagbomen
Overweg met slagbomen: de tekening toont een slagboom.
Gevaarsbord: overweg zonder slagbomen
Overweg zonder slagbomen: de tekening toont een locomotief. Er komt geen slagboom die je tegenhoudt.

Dan de twee uitzonderingen: het bord overweg voor enkel spoor en het bord overweg voor twee of meer sporen. Het zijn geen driehoeken maar Sint-Andrieskruisen: een enkel kruis bij één spoor en een dubbel kruis bij twee of meer sporen. Ze staan niet op 150 meter, maar aan de overweg zelf of er vlak bij.

Overweg voor enkel spoor: Sint-Andrieskruis
Overweg voor enkel spoor: een Sint-Andrieskruis in plaats van een driehoek.
Overweg voor twee of meer sporen: dubbel Sint-Andrieskruis
Overweg voor twee of meer sporen: een dubbel Sint-Andrieskruis.
Op het examen. Verkeersborden en overwegen horen bij de leerstof van het theorie-examen. Zorg dus dat je weet welk bord bij welke overweg hoort: met of zonder slagbomen, enkel spoor of meer sporen. Alleen de borden voor een overweg voor enkel spoor en voor twee of meer sporen (de Sint-Andrieskruisen) zijn geen driehoek en staan aan de overweg zelf.

Welk van deze gevaarsborden is geen driehoek?

Sporen in de rijbaan en een gevaar zonder eigen bord

Twee borden blijven over. Het eerste waarschuwt voor sporen in de rijbaan: de weg wordt gekruist door een of meer sporen die in de rijbaan liggen.

Gevaarsbord dat waarschuwt voor sporen die in de rijbaan liggen.
Sporen in de rijbaan: de weg wordt gekruist door een of meer sporen.

Het tweede is het bord voor een gevaar zonder speciaal symbool: een driehoek met alleen een uitroepteken. Het wordt alleen gebruikt als geen ander gevaarsbord past. Een onderbord eronder zegt altijd om welk gevaar het gaat.

Het gevaarsbord met een uitroepteken en eronder een onderbord met het woord MIST.
Gevaar zonder speciaal symbool: het onderbord eronder zegt om welk gevaar het gaat.
Valkuil. Een gevaarsbord met alleen een uitroepteken is geen vergissing. Het onderbord eronder vertelt je welk gevaar er komt. Lees dus altijd ook het onderbord, anders weet je niet wat je moet verwachten.

Onder een gevaarsbord met een uitroepteken hangt een onderbord. Wat staat daarop?

Je kent nu alle gevaarsborden: wat ze aankondigen, waar ze staan en hoe je reageert. De herhaling hieronder zet de kernpunten op kaartjes, en de oefenvragen daarna testen of je elk bord meteen herkent.

De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz31
Verkeersbord: Gevaarlijke bocht naar links
Gevaarlijke bocht naar links
Verkeersbord: Gevaarlijke bocht naar rechts
Gevaarlijke bocht naar rechts
Verkeersbord: Dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar links
Dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar links
Verkeersbord: Dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar rechts
Dubbele bocht of reeks van meer dan twee bochten, de eerste naar rechts
Verkeersbord: Gevaarlijke daling
Gevaarlijke daling
Verkeersbord: Steile helling
Steile helling
Verkeersbord: Rijbaanversmalling
Rijbaanversmalling
Verkeersbord: Beweegbare brug
Beweegbare brug
Verkeersbord: Uitweg op een kaai of een oever
Uitweg op een kaai of een oever
Verkeersbord: Uitholling overdwars of ezelsrug
Uitholling overdwars of ezelsrug
Verkeersbord: Verhoogde inrichting
Verhoogde inrichting
Verkeersbord: Glibberige rijbaan
Glibberige rijbaan
Verkeersbord: Kiezelprojectie
Kiezelprojectie
Verkeersbord: Vallende stenen
Vallende stenen
Verkeersbord: Oversteekplaats voor voetgangers
Oversteekplaats voor voetgangers
Verkeersbord: Plaats waar speciaal veel kinderen komen
Plaats waar speciaal veel kinderen komen
Verkeersbord: Oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen
Oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen
Verkeersbord: Doortocht van groot wild
Doortocht van groot wild
Verkeersbord: Doortocht van vee
Doortocht van vee
Verkeersbord: Werken
Werken
Verkeersbord: Verkeerslichten
Verkeerslichten
Verkeersbord: Overtocht van vliegtuigen op geringe hoogte
Overtocht van vliegtuigen op geringe hoogte
Verkeersbord: Zijwind
Zijwind
Verkeersbord: Verkeer toegelaten in beide richtingen na een gedeelte met eenrichtingsverkeer
Verkeer toegelaten in beide richtingen na een gedeelte met eenrichtingsverkeer
Verkeersbord: Overweg met slagbomen
Overweg met slagbomen
Verkeersbord: Overweg zonder slagbomen
Overweg zonder slagbomen
Verkeersbord: Overweg voor enkel spoor
Overweg voor enkel spoor
Verkeersbord: Overweg voor twee of meer sporen
Overweg voor twee of meer sporen
Verkeersbord: Kruising door een of meer sporen in de rijbaan
Kruising door een of meer sporen in de rijbaan
Verkeersbord: File
File
Verkeersbord: Gevaar zonder speciaal symbool (met onderbord)
Gevaar zonder speciaal symbool (met onderbord)

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methodologie
  • Wegcode (koninklijk besluit van 1 december 1975), Vlaamse versie: artikelen 10.1, 65, 66 en 2.37
  • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 (plaatsing van de verkeerstekens): artikel 7 en artikel 12.13
  • GOCA Vlaanderen, Doc. 130 Het rijbewijsexamen: leerstof voor het theorie-examen
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie): artikelen 65.1, 66.1, 66.4, 66.3, 2.74 en 20.2
  • Ministerieel besluit (Federaal) waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald (11 oktober 1976): artikelen 7.1, 7.4, 7.2, 7.3, 7.5, 7.6, 7.7, 7.8, 7.9, 7.10, 7.11, 7.12 en 7.13
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie), verkeersborden: bord A1, bord A3, bord A5, bord A7, bord A9, bord A11, bord A13, bord A14, bord A15, bord A17, bord A19, bord A21, bord A23, bord A25, bord A27, bord A29, bord A31, bord A33, bord A35, bord A37, bord A39, bord A50, bord F4a, bord F49, bord A41, bord A43, bord A45, bord A47, bord A49 en bord A51

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Rijbewijs B Theorie. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze controlemethode.

Credits van de afbeeldingen. Beelden en schema’s: Rijbewijs B Theorie ; Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975) ; Officiële verkeersborden: Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975).