Verkeersagenten: gebaren boven lichten en borden
- Een bevoegd persoon, meestal de politie, staat boven de lichten, de borden en de gewone regels.
- Drie bevelen betekenen alle drie stoppen: arm recht omhoog, arm of armen horizontaal, en een rood licht dat overdwars zwaait.
- Zie je zijn borst of rug, dan stop je. Rijd je naar zijn hand, dan mag je het kruispunt op.
- Een wegkapitein, een groepsleider of een gemachtigd opzichter geeft aanwijzingen. Zo iemand is geen bevoegd persoon.
- Een bevel negeren is van de derde graad. Negeer je de horizontale armen of het zwaaiende rode licht, dan is het de vierde graad.
De gebaren, het verschil met een wegkapitein en wie er wint van het licht: dat staat hieronder.
Het licht springt op groen in Gent, maar de politieagent steekt zijn arm omhoog. Rijd je door, dan negeer je zijn bevel. Dat is een overtreding van de derde graad.
Wie beslist er dan op het kruispunt: het licht of de agent? Zijn bevel gaat boven het licht.
Wie is een bevoegd persoon?
In de praktijk is dat de politieagent van de federale of lokale politie die je op straat tegenkomt. Er zijn er nog meer. Zo is het personeel dat een brug in de openbare weg bewaakt en bedient, bevoegd voor het verkeer op en bij die brug.
Bevelen aan wie rijdt, mag hij alleen geven als hij de onderscheidingstekens van zijn functie draagt. Die tekens moet je overdag en 's nachts kunnen herkennen. Zonder die tekens regelt hij het rijdende verkeer niet.
Zijn bevelen volg je meteen op. Ze gaan boven de verkeerstekens en boven de gewone verkeersregels. Een groen licht maakt zijn stopbevel niet ongedaan.

Bij een controle toon je je rijbewijs, of je voorlopig rijbewijs als je nog in opleiding bent. Dat doe je zodra een ambtenaar die op de verkeerswet toeziet erom vraagt.
Staat je auto stil of geparkeerd, en vraagt hij je om ze te verplaatsen, dan doe je dat meteen. Weiger je, of ben je er niet, dan mag hij de auto zelf laten verplaatsen, op jouw risico en op jouw kosten.
Ben je er niet en staat je auto volgens de regels geparkeerd, dan mag hij ze toch laten verplaatsen, maar niet op jouw risico en niet op jouw kosten. Een andere weggebruiker mag die auto niet zelf verplaatsen.
Die 191 euro kan sinds 1 juli 2026 onmiddellijk geïnd worden. Bij de vierde graad is de onmiddellijke inning uitgesloten. De arm recht omhoog blijft van de derde graad.
Ook je auto niet verplaatsen wanneer hij dat vraagt, is van de derde graad. Het is dus geen vriendelijke tip.
Is iedereen met een fluohesje een bevoegd persoon?
Niet iedereen die je een teken geeft, mag het kruispunt regelen. Sommige mensen geven aanwijzingen. Die volg je op. Zij zijn daarom nog geen bevoegde personen.
- een gemachtigd opzichter, bij het oversteken van kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden;
- een wegkapitein, bij een groep fietsers of een groep motorfietsers;
- een groepsleider, bij een groep voetgangers of een groep ruiters;
- een werfopzichter, bij het personeel van werken op de openbare weg.
Om het verkeer stil te leggen gebruiken zij een schijf waarop het bord verboden toegang staat. Geen opgestoken arm, geen horizontaal uitgestrekte armen.
Een wegkapitein mag het verkeer in de zijweg stilleggen op een kruispunt dat niet door verkeerslichten geregeld wordt, terwijl de groep oversteekt. Hij vervangt werkende lichten niet.
In Brugge laat een wegkapitein je stoppen voor een groep fietsers. Is hij een bevoegd persoon?
Wat betekenen de drie bevelen?
Drie bevelen hebben een vaste betekenis. Ze vragen alle drie hetzelfde: stoppen. Elk ander duidelijk bevel volg je ook meteen op. Niet elk gebaar staat apart beschreven.

Arm recht omhoog. Alle weggebruikers stoppen. Wie zich al op het kruispunt bevindt, stopt daar niet middenin: die maakt het kruispunt zo snel mogelijk vrij.
Dit bevel geldt uit elke richting, niet alleen voor wie hem aankijkt. Fietsers en voetgangers stoppen ook, tenzij ze het kruispunt al op zijn.

Een arm of beide armen horizontaal uitgestrekt. Stoppen geldt voor de weggebruikers die naderen uit een richting die de richting van die arm of armen kruist.
Zie je zijn borst of zijn rug, dan kom je van voren of van achteren. Jij kruist de lijn van zijn armen. Je stopt, ook als je alleen zijn rug ziet.
Zie je hem in profiel, en wijst zijn arm in de as van jouw weg, dan rijd je naar zijn hand. Dat stopbevel geldt niet voor jou. Je mag het kruispunt op.
In Leuven zie je de agent in profiel. Eén arm wijst horizontaal in de as van jouw weg. Mag je oprijden?

Een rood licht dat overdwars zwaait. De bestuurders naar wie dat licht gericht is, stoppen. Wijst het licht naar jou, dan stop je. Wijst het naar een andere rijrichting, dan geldt dit bevel niet voor jou.
Onthoud dit derde bevel goed: een lamp in de hand is hier een echt stopbevel.
In Antwerpen zwaait de agent met een rood licht overdwars, recht naar jou. Wat doe je?
Geldt een gesproken bevel ook?
Een bevel hoeft geen armgebaar te zijn. Vraagt hij je luidop om je voertuig te verplaatsen of de rijbaan vrij te maken, dan is dat ook een bevel. Je volgt het meteen op.
Bij een controle in Hasselt zegt de agent je bijvoorbeeld dat je aan de kant moet gaan staan. Dat gesproken bevel gaat boven bord en licht.
Groen licht, maar hij zegt stop: wie wint?
Op het examen moet je kunnen kiezen tussen een licht en het bevel van een bevoegd persoon. De rangorde heeft drie treden, van hoog naar laag:
- het bevel van de bevoegde persoon, of hij het nu toont of uitspreekt;
- de verkeerstekens: verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen;
- de gewone verkeersregels, zoals de voorrang van rechts.
Werken de verkeerslichten, dan gelden de voorrangsborden op dezelfde weg niet. Een snelheidsbord of een verbodsbord blijft wel gelden.
Een oranjegeel knipperlicht verandert niets aan de voorrang, en de lichten boven de rijstroken ook niet. Dan blijven de voorrangsborden gelden. Twee kleine borden voor fietsers en speed pedelecs onder een licht blijven ook gelden.
Drie situaties die je moet kunnen oplossen:
- je staat aan een stopbord en hij geeft je een duidelijk bevel om door te rijden: je rijdt door, zijn bevel gaat boven het bord;
- aan de ingang van het kruispunt staat het bord voorrang verlenen, en hij wenkt je vooruit: je rijdt door;
- bij werken in Kortrijk staat een tijdelijk licht op rood, en hij staat in profiel met de armen in de as van jouw weg: je mag door, ook al is het licht rood.
In Mechelen springt het licht op groen. De agent midden op het kruispunt kijkt je aan, met de arm recht omhoog. Wat doe je?
Een politiewagen met geluid achter je: is dat hetzelfde?
Een prioritair voertuig heeft een of meer blauwe knipperlichten en een speciaal geluidstoestel. De blauwe lichten moeten aan bij een dringende opdracht. Bij een andere opdracht mogen ze alleen aan als de aard van die opdracht dat rechtvaardigt. Het speciale geluidstoestel mag alleen aan bij een dringende opdracht.
Dat is iets anders dan een bevel op het kruispunt. Pas wanneer het speciale geluidstoestel het naderen aankondigt, maak je meteen de doorgang vrij en verleen je voorrang. Zo nodig stop je.
Blauwe knipperlichten alleen leggen je die plicht niet op. Zolang het speciale geluidstoestel uit blijft, rijd je gewoon door. Een politiewagen achter je is dan nog geen bevel om te stoppen.
In Hasselt rijdt een politiewagen achter je en zet het speciale geluidstoestel aan. Wat doe je?
Het bevel van een bevoegd persoon gaat boven het licht, de drie stopbevelen hebben elk hun richting, en een hesje is nog geen bevoegd persoon. De herhaling hieronder zet die punten op kaartjes. Daarna kijken de oefenvragen of je het bevel volgt, ook als het licht iets anders zegt.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz3



Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.