Doorlopende en onderbroken strepen: wat mag je?
- Een doorlopende streep overschrijd je nooit. Scheidt ze de twee rijrichtingen, dan rijd je er ook niet links van: inhalen kan daar niet.
- Een onderbroken streep overschrijd je alleen om in te halen, links af te slaan, te keren of van rijstrook te veranderen.
- Liggen een doorlopende en een onderbroken streep naast elkaar, dan telt alleen de streep aan jouw kant.
- Oranje strepen of spijkers horen bij werken en maken de witte overlangse markeringen op dezelfde plaats waardeloos.
- Een gele onderbroken streep langs de rand van de rijbaan: daar mag je niet parkeren.
Elke streep in beeld, en de valkuilen van het examen: alles staat hieronder.
Op een foto in het examen kijk je best eerst naar het wegdek, niet alleen naar de borden. Zie je een doorlopende streep te laat, dan kies je “ik mag inhalen” waar alles verboden is. De taal van het wegdek heeft maar een paar woorden: doorlopend, onderbroken, oranje en geel. Hieronder zie je wat elke streep toestaat en verbiedt.
Wat is een overlangse markering?
Dit onderscheid tussen doorlopend en onderbroken is de basis. De rest van de les bouwt erop voort.
Mag je een doorlopende streep ooit overschrijden?
Nee. Voor een doorlopende streep gelden twee verboden:
- je mag ze niet overschrijden;
- scheidt ze de twee rijrichtingen, dan mag je er ook niet links van rijden. Inhalen kan daar dus niet.
Een trage tractor voor je of een lege weg verandert daar niets aan. Zolang de streep doorlopend is, blijft het verbod gelden.

Op een landweg bij Tielt scheidt een witte doorlopende streep de twee rijrichtingen. Voor je rijdt een trage tractor. Mag je inhalen?
Wanneer mag je een onderbroken streep wel overschrijden?
Een onderbroken streep is soepeler, maar niet vrij. Je mag ze niet overschrijden, behalve voor vier manoeuvres:
- inhalen;
- links afslaan;
- keren;
- van rijstrook veranderen.

Voor welke manoeuvres mag je een onderbroken streep overschrijden?
Een doorlopende en een onderbroken streep naast elkaar: welke telt?
Soms liggen een doorlopende en een onderbroken streep tegen elkaar aan. Dan geldt:
- je kijkt alleen naar de streep die aan jouw kant ligt;
- de regels hierboven gelden voor die streep.

Heb je het streeppaar overschreden om in te halen, dan mag je het ook opnieuw overschrijden om terug op je gewone plaats op de rijbaan te rijden.
Busstrook: wie mag erop en wat mag jij?
Twee markeringen houden een strook vrij voor het openbaar vervoer, en ze lijken op elkaar. De busstrook heeft brede onderbroken strepen, de overrijdbare bedding voor bus en tram heeft brede doorlopende strepen. Eerst de busstrook.
Het blauwe bord van de busstrook en één of twee brede witte onderbroken strepen bakenen de strook af. In plaats van de strepen mag er ook een dambordmarkering van witte vierkanten liggen. Het woord BUS mag op het wegdek staan. Het bord wordt na elk kruispunt herhaald, en de busstrook maakt geen deel uit van de rijbaan.

Naast de voertuigen van het openbaar vervoer mogen alleen deze voertuigen op de busstrook, en alleen als hun symbool of woord (bijvoorbeeld TAXI) op het bord of op een onderbord staat:
- schoolvervoer en taxi’s;
- fietsen, bromfietsen en motorfietsen;
- voor het vervoer van passagiers gebouwde voertuigen met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurder niet meegerekend;
- voertuigen voor woon-werkverkeer, voor duurzame mobiliteit of voor het gemeenschappelijk vervoer van personen met een handicap;
- voertuigen met minstens 2, 3 of 4 inzittenden, naargelang van de vermelding.
Voertuigen voor schoolvervoer, woon-werkverkeer, duurzame mobiliteit en het vervoer van personen met een handicap hebben bovendien vooraan en achteraan links een goed zichtbaar bord met een retroreflecterende achtergrond. Rijden ze niet voor dat doel, dan moet het bord worden afgedekt of verwijderd.
Tot 31 mei 2027 mogen taxi’s en voertuigen voor schoolvervoer de busstrook ook gebruiken als het bord of het woord daarvoor ontbreekt.
En jij, als gewone bestuurder? Je mag op de busstrook rijden in twee gevallen:
- om een hindernis op de rijbaan te omzeilen;
- om van richting te veranderen vlak voor een kruispunt.
Oversteken mag ook: op een kruispunt, of om een eigendom of een parkeerplaats langs de busstrook in of uit te rijden.
In Mechelen wil je vlak voor een kruispunt rechts afslaan, maar de rechterstrook is een busstrook met brede onderbroken strepen. Mag je er even op rijden?
Brede doorlopende strepen met het bord voor bus en tram: wat is dat?
Dat is een bijzondere overrijdbare bedding, voorbehouden voor de voertuigen van het openbaar vervoer, zoals bussen en trams. Het bord voor bus en tram bakent ze af, samen met één of twee brede witte doorlopende strepen of een dambordmarkering van witte vierkanten. Op een dambordmarkering mag je niet stilstaan en niet parkeren.
Het bord wordt na elk kruispunt herhaald, en de bedding maakt geen deel uit van de rijbaan. Op het wegdek mogen de woorden BUS en TRAM staan. ‘Overrijdbaar’ wil zeggen dat andere voertuigen er in enkele gevallen op of over mogen.

Dezelfde voertuigen als op de busstrook mogen er rijden, onder dezelfde voorwaarde: hun symbool of woord staat op het bord of op een onderbord. De uitzondering voor taxi’s en schoolvervoer tot 31 mei 2027 geldt alleen voor busstroken.
Als gewone bestuurder mag je er rijden om een hindernis op de rijbaan te omzeilen. Je mag de bedding ook oversteken: op een kruispunt, of om een eigendom of een parkeerplaats langs de bedding in of uit te rijden.
Het verschil met de busstrook: om vlak voor een kruispunt van richting te veranderen, mag je niet op de bedding rijden.
Spitsstrook en fietspad: twee onderbroken markeringen
Nog twee onderbroken markeringen om te kennen:
- een onderbroken streep met langere streepjes en kortere tussenafstanden dan een gewone rijstrookmarkering bakent een spitsstrook af: een strook voor de spitsuren. De signalisatie of de verkeerslichten bepalen of je er mag rijden. Werkt geen van beide, dan mag je er niet rijden, behalve om van richting te veranderen of de autosnelweg op of af te rijden;
- twee evenwijdige witte onderbroken strepen die te dicht bij elkaar liggen voor het autoverkeer, bakenen een fietspad af.


Op het fietspad mogen de gebruikers elkaar niet hinderen of in gevaar brengen. Ze mogen zich ook niet gevaarlijk gedragen tegenover andere weggebruikers.
Wat betekenen oranje strepen en oranje spijkers op de weg?
Bij werken sturen voorlopige markeringen het verkeer. Ze zijn oranje: oranje strepen, of oranje spijkers, kleine markeerpunten in het wegdek. Met spijkers lees je het zo:
- een voorlopige doorlopende streep: oranje spijkers op korte en regelmatige afstanden van elkaar;
- een voorlopige onderbroken streep: oranje spijkers in groepen, met telkens een duidelijk grotere afstand tussen twee groepen.

Ze hebben dezelfde betekenis en dezelfde regels als de witte strepen. Bovendien maken ze de witte overlangse markeringen op dezelfde plaats waardeloos: bij werken volg je dus de oranje markeringen.

Bij wegenwerken in Gent liggen oranje spijkers en witte strepen op dezelfde plaats. Welke markering volg je?
Hoe herken je de rand van de rijbaan?
Op de werkelijke rand van de rijbaan, op een trottoirband of op de boordsteen van een verhoogde berm kan een streep liggen:
- een witte doorlopende streep, die de rand beter zichtbaar maakt;
- een gele onderbroken streep: langs die streep is parkeren op de rijbaan verboden.


Verboden is alleen het parkeren. Kort stilstaan, bijvoorbeeld om iemand te laten uitstappen, mag langs de gele streep wel.
De denkbeeldige rand van de rijbaan wordt aangeduid met een brede witte doorlopende streep. Wat aan de andere kant van die streep ligt, is bestemd voor stilstaan en parkeren, behalve op autosnelwegen en autowegen. Een witte doorlopende dwarsstreep kan het begin en het einde van die parkeerstrook aanduiden.
Op een rijbaan die door strepen in rijstroken verdeeld is, mag je niet parkeren, tenzij een bord het toestaat. Even stoppen voor een foto telt als parkeren: je staat dan langer stil dan nodig om in te stappen of te laden.
In Brugge ligt een gele onderbroken streep op de trottoirband. Wat betekent dat?
Een doorlopende streep overschrijd je nooit, een onderbroken streep alleen voor vier manoeuvres, oranje gaat voor wit en een gele streep verbiedt het parkeren. De herhaling hieronder zet dit op kaartjes en de oefenvragen daarna testen of je het kent.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz3



Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.