Rijbaan, trottoir en berm: wat hoort bij de openbare weg?
- De openbare weg stopt niet aan de rand van het asfalt. Ze loopt tot aan de sloot, het talud of de grens van een eigendom.
- De rijbaan is alleen het deel dat voor het verkeer van voertuigen in het algemeen is ingericht.
- Een vierkant blauw bord met witte pijl wijst eenrichtingsverkeer aan. Dezelfde pijl in een rond bord is een gebod.
- Hangt er onder het vierkante bord een onderbord met een fiets, dan mogen fietsers tegen de richting in (beperkt eenrichtingsverkeer). Soms ook bromfietsen klasse A, als het onderbord dat zegt.
- Buiten de bebouwde kom, bij rustig verkeer in twee richtingen, rijd je op de rechterrijstrook.
Elk stuk van de weg, de borden in beeld en de valkuilen: alles staat hieronder.
De weg die je ziet, is maar een stuk van de openbare weg. De rijbaan, het fietspad, de berm en het trottoir horen erbij, tot aan de sloot, het talud of de grens van een eigendom. Haal je rijbaan en openbare weg door elkaar, en je mist punten op vragen die je eigenlijk kent.
In Gent zie je het meteen. Links een trottoir, rechts een strook gras op dezelfde hoogte als het asfalt, verderop een fietspad. Drie stukken van de openbare weg, en geen ervan hoort bij de rijbaan.
Wat hoort er bij de openbare weg?
Van grens tot grens dus. Het trottoir onder je voeten, het fietspad, de berm langs een landweg bij Brugge: het hoort erbij. Een kruispunt is de plaats waar twee of meer openbare wegen samenkomen. Ook dat blijft openbare weg.
Een fietspad hoort bij de openbare weg, maar het maakt geen deel uit van de rijbaan.

Wat is een rijbaan, en wat is een rijstrook?
Witte strepen verdelen de rijbaan in rijstroken. Gele strepen bakenen geen rijstrook af. Zonder witte of oranje markering is er geen rijstrook, alleen een rijbaan, zoals een smalle straat in Mechelen zonder witte lijn.
Daarna kijk je naar de richting. Een rijbaan is in één richting open, of in twee richtingen.

Welke kleur hebben de strepen die een rijstrook afbakenen?
Vierkant of rond: wat betekent die blauwe pijl?
Een rijbaan met eenrichtingsverkeer laat het verkeer normaal in één richting toe. Je herkent ze aan een vierkant blauw bord met een witte pijl. Dat is een aanwijzing: het bord informeert je.

Het bord staat rechts. Is de rijbaan breed genoeg om naast elkaar te rijden, dan staat het ook links.
Let op de dubbelganger. Een rond blauw bord met dezelfde witte pijl is een gebod. Je moet de richting van de pijl volgen.

De plaats bepaalt hoe de pijl staat. Wijst hij rechtdoor, dan rijd je rechtdoor. Staat het ronde bord op een hindernis en is de pijl niet gebogen, dan rijd je die hindernis voorbij aan de kant die de pijl aanduidt.
Welke vorm heeft het bord dat eenrichtingsverkeer aankondigt?
Aan het andere uiteinde staat een rond bord met een rode schijf en een witte horizontale balk: verboden richting voor iedere bestuurder. Daar rijd jij niet in. In een gewone straat zie je eenrichtingsverkeer aan de borden. Zie je geen vierkant bord en geen bord verboden richting, dan is de rijbaan in twee richtingen open, ook als twee auto's elkaar niet kunnen kruisen.
Soms mogen fietsers die straat toch in beide richtingen gebruiken. Onder het vierkante bord hangt dan een wit onderbord met een fiets. In de praktijk heet dat beperkt eenrichtingsverkeer. In een smalle straat in Leuven kan een fietser je dus wettelijk tegemoetkomen. Een auto blijft in één richting rijden.
Staat er ook een bromfiets klasse A op dat onderbord, dan mag die bestuurder eveneens in beide richtingen rijden. Een speed pedelec mag dat alleen als het onderbord hem toelaat. Een bromfiets klasse B niet.
Aan het andere uiteinde hangt dan een onderbord onder het bord verboden richting. Staat er een fiets op, dan geldt het verbod niet voor fietsers. Staat er ook een bromfiets klasse A op, dan ook niet voor die bestuurders. Voor jou in de auto verandert er niets. Het wordt geen rijbaan met twee richtingen voor iedereen.
Onder het vierkante bord hangt een onderbord met alleen een fiets. Wie mag dan tegen de richting in?
Waar rijd je als de rijbaan in twee richtingen open is?
Een rijbaan met verkeer in twee richtingen laat beide richtingen toe. Ze kan één rijstrook per richting hebben, of meerdere. Ze kan ook helemaal niet in rijstroken verdeeld zijn.
De basisregel is eenvoudig. Elke bestuurder blijft zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan. Zijn er rijstroken, dan is dat de rechterrijstrook. Niet de vrijste. Niet de rijstrook die sneller lijkt.
Uitzonderingen: op een plein geldt die regel niet. Op een rotonde hoef je ook niet zo dicht mogelijk rechts te rijden, behalve als een deel van de weg voor jou is voorbehouden. Je houdt je wel aan de strepen, en je mag de rijstrook volgen die het best bij je bestemming past.
Schrijft een bord je de keuze van een rijstrook of van een richting voor, dan volg je dat bord. Daarna ga je weer naar rechts zodra het kan.
In de bebouwde kom mag je de rijstrook van je bestemming kiezen, in twee gevallen. Bij eenrichtingsverkeer dat in rijstroken verdeeld is. En bij twee richtingen op een rijbaan met vier of meer rijstroken, waarvan minstens twee voor elke richting. Ga je in Antwerpen linksaf en heb je die keuze, dan mag je de linkse rijstrook nemen. De vrijste rijstrook is op zich geen reden.
Buiten de bebouwde kom blijf je rechts, ook met twee rijstroken in jouw richting. Op een rustige weg tussen Hasselt en Genk is dat de rechterrijstrook.
Wordt het zo druk dat één rij niet meer vlot door kan, dan mag je op een rijbaan met vier of meer rijstroken naast elkaar rijden, alleen op de rijstroken van jouw richting. Bij eenrichtingsverkeer mag dat ook.
Je rijdt buiten de bebouwde kom, het is rustig, en jouw richting heeft twee rijstroken. Waar rijd je?
Hoe lees je het nummer van een weg?
Wegen hebben een nummer. Je ziet het op de wegwijzers, vaak zonder erbij stil te staan. Vier borden moet je uit elkaar houden. Ze zeggen welk soort weg het is, niet hoe snel je mag rijden.

Een gewone weg draagt een nummer dat met de letter N begint, in het wit op een blauwe achtergrond.

Een autosnelweg draagt een nummer dat met de letter A begint, in het zwart op een witte achtergrond.

Een internationale weg draagt een nummer dat met de letter E begint, in het wit op een groene achtergrond.

Een ring heeft een eigen nummerbord, met een nummer dat met de letter R begint. Op de voorwegwijzer staat dat R-nummer niet. De andere wegnummers staan daar naast de bestemmingen. Heeft de weg één nummer of meerdere, dan mogen de nummerborden boven het midden van de groep wegwijzers staan. Het mag, het moet niet.
Wat is een trottoir, en wat is een berm?
Het trottoir is het deel dat speciaal voor voetgangers is ingericht. Het is verhard, en de scheiding met de rest van de openbare weg is voor iedereen duidelijk. Het mag verhoogd liggen tegenover de rijbaan, maar dat hoeft niet.

Loopt een verhoogd trottoir over de rijbaan door, bijvoorbeeld aan de ingang van een zijstraat in Hasselt, dan blijft het een trottoir. Het blijft bestemd voor voetgangers.
De berm bestaat in twee vormen. De naam zegt al hoe ze ligt:
- de gelijkgrondse berm: een ruimte die geen trottoir en geen fietspad is, tussen de rijbaan en een sloot, een talud of de grens van een eigendom, op dezelfde hoogte als de rijbaan;
- de verhoogde berm: dezelfde soort ruimte, maar hoger dan de rijbaan.
Beide zijn meestal niet verhard en voor voetgangers moeilijk begaanbaar. Een trottoir is wél verhard en duidelijk afgescheiden.
Gaat een vraag over wat bij de rijbaan hoort, denk dan: rijden voertuigen hier in het algemeen? Is het een trottoir, een berm of een fietspad, dan ligt het buiten de rijbaan, maar wel op de openbare weg.
Je kunt nu elk stuk benoemen, van het midden van de rijbaan tot aan de sloot. De herhaling hieronder zet de definities op kaartjes. Daarna testen de oefenvragen of je ze uit elkaar houdt.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz8








Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.