Ga naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Volledige cursus · 100 % gratis

De theoriecursus

  • 50 lessen
  • 16 hoofdstukken
  • 7 u 17 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Soorten verkeersborden in Vlaanderen: 6 categorieën · 8 min

Wanneer is je theorie-examen?

Overtredingen per graad: wat elke fout kost

9 min leestijdHoofdstuk: OvertredingenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • De wet deelt verkeersovertredingen in vier graden in. Hoe meer gevaar, hoe zwaarder de graad.
  • Sinds 1 juli 2026: 64, 128, 191 en 520 euro onmiddellijke inning.
  • Geen gordel is tweede graad. Een gsm in de hand is derde graad.
  • Een agent negeren die met de armen horizontaal of met een zwaaiend rood licht een stopbevel geeft, is vierde graad. Woon je hier, dan ga je naar de rechter.
  • Op het theorie-examen is een zware overtreding een fout over de derde of vierde graad, of over te snel rijden.

De vier graden, de bedragen en wat je op het examen moet kunnen indelen: hieronder.

Vierenzestig euro voor een vergeten richtingaanwijzer. De politierechtbank als je op de autosnelweg keert. Elke fout achter het stuur heeft een prijs. Die prijs volgt een eenvoudige regel: hoe meer gevaar je voor anderen schept, hoe zwaarder de rekening.

De wet deelt die fouten in vier graden in. Op het theorie-examen horen de zware overtredingen bij de derde en de vierde graad, en bij te snel rijden. Ken je de schaal, dan bescherm je je geld en je slaagkans tegelijk.

Wat zijn de vier graden?

Definitie. De wet deelt de verkeersovertredingen in vier graden in, van de lichtste fout tot gedrag dat bij een ongeval bijna zeker tot lichamelijke schade leidt.
Op het examen. Je hebt 41 op 50 nodig. Een fout antwoord of een vraag zonder antwoord kost 1 punt. Een fout over de derde of vierde graad, of over de toegelaten maximumsnelheid, is een zware overtreding: min 5 punten. Maximum negen lichte fouten, of één zware overtreding en vier lichte fouten. Twee zware overtredingen en je bent uitgesteld.

Wat hoort bij de eerste en de tweede graad?

Eerste graad is wat nergens hoger ingedeeld staat. Je slaat in Gent af en je vergeet je richtingaanwijzer: 64 euro.

Een onmiddellijke inning is een vast bedrag dat je meteen betaalt, zonder naar de politierechtbank te gaan. Bovenop die som komt een administratieve toeslag, die elk jaar aan de index wordt aangepast. Ben je jonger dan 18, dan is een onmiddellijke inning uitgesloten.

Tweede graad is onrechtstreeks gevaar voor personen. Ook een parkeerplaats voor personen met een handicap gebruiken terwijl je daar geen recht op hebt, hoort hier.

Voorbeelden van de tweede graad: het oranjegele licht negeren terwijl je nog veilig kon stoppen, rechts inhalen als dat niet mag, het bord Stoppen en voorrang verlenen (het stopbord) of het bord Voorrang verlenen negeren, geen voorrang van rechts verlenen, en geen voorrang verlenen als je een manoeuvre uitvoert. In Brugge rijd je uit een parkeervak: de andere bestuurders gaan eerst.

En de veiligheidsgordel. Jij en je passagiers dragen ze op elke plaats die ermee uitgerust is, zodra de auto aan het verkeer deelneemt.

Valkuil. Geen gordel is geen fout van de eerste graad. Het is tweede graad, 128 euro onmiddellijke inning. Hetzelfde bedrag als het oranjegele licht negeren. Ken die twee indelingen.

Wat hoort bij de derde graad?

Derde graad is rechtstreeks gevaar voor personen. De onmiddellijke inning is 191 euro.

Klassiekers: het rode licht negeren, het bord verboden richting negeren, en een voetganger in gevaar brengen. Ook een bevel van een bevoegd persoon negeren hoort hier, behalve twee stopbevelen (de armen horizontaal en het zwaaiende rode licht): die zijn vierde graad, verderop.

Ook geen voorrang verlenen kan derde graad zijn. Verander je van richting, dan laat je voorgaan:

  • de bestuurders en voetgangers die op een ander deel van dezelfde weg verder gaan, bijvoorbeeld op het fietspad of het trottoir;
  • de voetgangers die de rijbaan oversteken waar je inrijdt;
  • als je links afslaat: de tegenliggers.

Ook derde graad: geen voorrang verlenen aan een voetganger die op een oversteekplaats voor voetgangers staat of er net op wil stappen, waar geen agent en geen verkeerslicht het verkeer regelt.

Inhalen is niet altijd dezelfde graad. Een auto, een motorfiets of een ander voertuig met meer dan twee wielen links inhalen is derde graad in drie gevallen:

  • op een overweg zonder slagbomen en zonder verkeerslichten;
  • als de bestuurder die je wilt inhalen zelf al een ander voertuig inhaalt dan een fiets, een tweewielige bromfiets of een tweewielige motorfiets, behalve als de rijbaan in jouw richting drie of meer rijstroken heeft;
  • als die bestuurder stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of voor fietsers, of ze nadert, op een plaats waar geen agent en geen verkeerslichten het verkeer regelen.

Een auto of een ander voertuig met meer dan twee wielen links inhalen bij de top van een helling of in een bocht zonder genoeg zicht, is zelfs vierde graad.

De klassieker van jouw leeftijd: een gsm, of elk ander mobiel toestel met een scherm, gebruiken, vasthouden of bedienen terwijl je rijdt. Alleen een toestel in een houder aan het voertuig mag. Staat de auto stil of geparkeerd, dan geldt het verbod niet.

Je rijdt in Antwerpen met je gsm in de hand, zonder houder. Welke graad is dat?

Wat hoort bij de vierde graad?

Vierde graad is het topje. De lijst is gesloten. Dit zijn de zeven gevallen:

  • een stopbevel negeren: de arm of de armen horizontaal, of een rood licht dat heen en weer zwaait;
  • een bestuurder aanzetten of uitdagen om te snel te rijden;
  • een auto of een ander voertuig met meer dan twee wielen links inhalen bij de top van een helling of in een bocht zonder genoeg zicht, behalve als je daarbij de doorlopende witte streep niet hoeft te overschrijden;
  • een overweg oprijden als de slagbomen bewegen of dicht zijn, als de rode knipperlichten branden, of als het geluidssignaal werkt;
  • op een autosnelweg of een autoweg: een dwarsverbinding gebruiken, keren, achteruitrijden of in de tegenovergestelde richting rijden;
  • stilstaan of parkeren op een overweg;
  • een snelheids- of sportwedstrijd op de openbare weg, zonder speciale toelating.
Onthoud. Vraag je af hoeveel gevaar je fout schept. Geen gevaar: eerste graad. Onrechtstreeks: tweede. Rechtstreeks: derde. Bijna zeker schade bij een ongeval, of een genegeerd stopbevel met de armen horizontaal of een zwaaiend rood licht: vierde. Zo deel je de meeste examenvragen in.

Bevel van een agent: derde of vierde graad?

Een agent staat midden op een kruispunt met beide armen horizontaal gestrekt: het bevel om te stoppen.
Armen horizontaal: stoppen. Dat bevel negeren is vierde graad.

Twee regels lijken sterk op elkaar: ken het verschil. Je moet meteen gevolg geven aan de bevelen van een bevoegd persoon, bijvoorbeeld een politieagent. Hij kan je ook bevelen om je stilstaande of geparkeerde auto te verplaatsen. Doe je dat niet, dan is het derde graad, 191 euro.

Alleen twee stopbevelen zijn vierde graad: de arm of de armen horizontaal uitgestrekt, en een rood licht dat overdwars zwaait naar de bestuurders toe. Steekt de agent zijn arm recht omhoog, dan moet je ook stoppen, maar dat bevel negeren is derde graad.

Valkuil. Alleen de armen horizontaal en het rode licht dat overdwars zwaait, zijn vierde graad. Elk ander bevel van een bevoegd persoon negeren, ook de arm recht omhoog, is derde graad. Een stopbord negeren is nog iets anders: tweede graad.

Betaal je meteen, of ga je naar de politierechtbank?

Sinds 1 juli 2026 liggen de bedragen van de onmiddellijke inning zo.

GraadHet ideeOnmiddellijke inning
Eerste graadGeen gevaar voor personen64 euro
Tweede graadOnrechtstreeks gevaar128 euro
Derde graadRechtstreeks gevaar191 euro
Vierde graadBijna zekere schade520 euro, of de rechter

De 520 euro van de vierde graad geldt alleen voor wie geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft. Woon je hier, dan moet je voor de politierechtbank verschijnen.

Woon je in België, dan mag de som voor alle overtredingen samen niet hoger zijn dan 382 euro. Is ze hoger, dan is een onmiddellijke inning uitgesloten. Woon je niet in België, dan mag de geïnde som niet hoger zijn dan 953 euro. Een inning voor alcohol telt voor die grenzen niet mee.

Kom je voor de rechter, dan bepaalt hij de geldboete. Bij een vierde graad komt daar een verval van het recht tot sturen bij, van acht dagen tot vijf jaar. Spreekt hij dat verval niet uit, dan moet hij uitleggen waarom.

Bij een tweede of derde graad kan hij dat verval ook uitspreken, opnieuw van acht dagen tot vijf jaar. Bij herhaling binnen drie jaar na een vorige veroordeling die definitief is, worden de geldboetes van de tweede, derde en vierde graad en van te snel rijden verdubbeld.

Je woont in Hasselt en je begaat een vierde graad. Wat gebeurt er?

Hoe wordt te snel rijden gerekend?

Voor de eerste 10 km/u boven de toegelaten maximumsnelheid betaal je 58 euro.

Daarboven komt er per extra km/u bij: 12 euro in de bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, een woonerf of een erf, en 7 euro op de andere wegen.

Meer dan 30 km/u te snel in die zones, of meer dan 40 km/u elders, en de som ter plaatse stopt. De rechter spreekt dan een verval uit van acht dagen tot vijf jaar. Doet hij dat niet, dan legt hij uit waarom.

En alcohol achter het stuur?

Alcohol volgt niet de vier graden. De onmiddellijke inning bestaat wel: 197 euro van 0,22 tot minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde lucht, sinds 1 juli 2026.

  • Gewone auto: strafbaar vanaf 0,5 gram alcohol per liter bloed (0,5 promille), dat is 0,22 milligram per liter uitgeademde lucht.
  • Vrachtwagen of bus (rijbewijs C of D), of personen vervoeren met een voertuig waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden als voor die rijbewijzen: strafbaar vanaf 0,2 gram per liter bloed, dat is 0,09 milligram per liter lucht.
  • Sinds 1 juli 2026 mag je twaalf uur niet rijden als de ademanalyse minstens 0,22 milligram meet, of als je de test of de analyse weigert. Bij een vrachtwagen of bus geldt die twaalf uur al vanaf 0,09 milligram.
  • In die gevallen kan het openbaar ministerie je rijbewijs meteen intrekken. Na vijftien dagen moet het terug, tenzij de politierechtbank de termijn verlengt.

Drink je voor je vertrekt, dan kun je dezelfde avond je rijbewijs kwijt zijn.

Vier graden, vier niveaus van gevaar, en bedragen die snel stijgen. Herhaal de kaders en doe dan de quiz onder deze les.

De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz3
Verkeersbord: Voorrang verlenen
Voorrang verlenen
Verkeersbord: Stoppen en voorrang verlenen
Stoppen en voorrang verlenen
Verkeersbord: Verboden richting voor ieder bestuurder
Verboden richting voor ieder bestuurder

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methodologie
  • Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad
  • Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968
  • Koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2026 (bedragen vanaf 1 juli 2026)
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Vlaamse versie)
  • Vlaanderen.be, theorie-examen voor rijbewijs B
  • GOCA Vlaanderen, brochure van het theorie-examen (Doc. 130)
  • Gecoördineerde Wet betreffende de politie over het wegverkeer (16 maart 1968): artikelen 29, 65, 38, 34, 60, 55 en 56
  • Koninklijk Besluit tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer (30 september 2005): artikelen 2, 3 en 4
  • Koninklijk Besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer (19 april 2014): artikelen 2, 3, 7 en 14
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie): artikel 4.2

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Rijbewijs B Theorie. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze controlemethode.

Credits van de afbeeldingen. Beelden en schema’s: Rijbewijs B Theorie ; Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975) ; Officiële verkeersborden: Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975).