Prioritaire voertuigen en reddingsstrook: wat doe je?
- Blauwe knipperlichten en een sirene betekenen een dringende opdracht: maak meteen de doorgang vrij en stop als dat nodig is.
- Klinkt er geen sirene, dan hoef je niets bijzonders te doen, ook niet als de blauwe lichten branden.
- Bij een file op minstens twee rijstroken vorm je meteen de reddingsstrook. Alleen de linkerrijstrook gaat naar links, alle andere gaan naar rechts.
- Binnen de bebouwde kom laat je een bus vertrekken zodra hij met zijn richtingaanwijzer aangeeft dat hij weer wil rijden.
- Bij een wielerwedstrijd stop je bij het openingsvoertuig met de rode vlag en blijf je staan tot het sluitingsvoertuig voorbij is.
De regels een voor een, met de valkuilen van het examen: alles staat hieronder.
Achter je klinkt een sirene, voor je staat een file en je hebt maar een paar seconden. Voor een ambulance telt elke seconde. Op het examen moet je daarom meteen weten wat je doet: de doorgang vrijmaken, de reddingsstrook vormen of net niets bijzonders doen.
Hoe herken je een prioritair voertuig?
Denk aan de politie, de brandweer en de ambulance. Je ziet en hoort ze van ver, en dat is de bedoeling: de weg moet vrij zijn voordat ze er zijn.

De sirene mag alleen bij een dringende opdracht. De blauwe lichten moeten dan aan. Ze mogen ook bij een andere opdracht aan, maar alleen als de aard van die opdracht dat rechtvaardigt. Daarom telt voor jou de sirene.
Wat doe je als je de sirene hoort?
De regel past in één zin. Zodra de sirene een prioritair voertuig aankondigt, maakt elke weggebruiker onmiddellijk de doorgang vrij en verleent hij voorrang. Zo nodig stop je ook. Het geldt dus niet alleen voor automobilisten, maar ook voor fietsers en voetgangers.
Rijdt er een politiewagen achter je, zonder sirene en met uitgeschakelde lichten? Dan rijd je gewoon verder. Je mag het voertuig uiteraard niet hinderen, maar je hoeft ook niet te stoppen of opzij te gaan.
De sirene geldt ook bij een rood licht. Een prioritair voertuig met sirene mag zelf door rood rijden, maar alleen met een gematigde snelheid en als niemand daardoor in gevaar komt. Sta jij voor het rood en hoor je een sirene achter je, dan maak je dus toch de doorgang vrij.
Je doet dat voorzichtig: je mag andere weggebruikers niet hinderen of in gevaar brengen. Zelf met hoge snelheid over het kruispunt rijden om plaats te maken, is dus fout.
Een ambulance nadert met sirene en je kunt de doorgang niet vrijmaken. Wat doe je?
Hoe vorm je de reddingsstrook?
Wat de regel in gang zet, is de file en niet de sirene. Zodra er een file ontstaat, vorm je de reddingsstrook, zonder te wachten tot er een hulpdienst opduikt. Dat geldt op elke weg met minstens twee rijstroken in jouw rijrichting, dus ook buiten de autosnelweg. Zo ga je te werk:
- twee rijstroken: wie op de linkerrijstrook rijdt, gaat uiterst links, wie op de rechterrijstrook rijdt, uiterst rechts. De reddingsstrook ontstaat in het midden, tussen de twee;
- drie of meer rijstroken: de linkerrijstrook gaat uiterst links, alle andere rijstroken gaan naar rechts. De reddingsstrook ontstaat naast de linkerrijstrook.
De reddingsstrook is geen sluipweg voor jou. Gebruiken mogen enkel:
- prioritaire voertuigen, als de aard van hun opdracht dat rechtvaardigt;
- voertuigen van personen of diensten die het parket (het openbaar ministerie) of de politie heeft opgeroepen om naar de plaats van een incident te gaan;
- takelwagens die naar een incident rijden.

Er staat een file op een weg met twee rijstroken in jouw richting. Waar ontstaat de reddingsstrook?
Er staat een file op een weg met drie rijstroken in jouw richting. Waar ontstaat de reddingsstrook?
Een bus die vertrekt en een schoolbus: wat doe je?
Binnen de bebouwde kom laat je een autobus of trolleybus vertrekken uit zijn halteplaats, zodra de bestuurder met zijn richtingaanwijzer heeft aangekondigd dat hij weer wil rijden. Je vertraagt en stopt zo nodig.
Die regel geldt voor bestuurders die dezelfde richting volgen als de bus. De busbestuurder moet dan zelf geen voorrang verlenen aan die bestuurders.
In de bebouwde kom zet een bus zijn richtingaanwijzer aan om zijn halte te verlaten. Wat doe je?
Een tweede geval is het schoolvervoer. Zo’n voertuig draagt vooraan en achteraan, op het linkergedeelte, een bord met een retroreflecterende achtergrond. Zie je dat bord, dan ben je dubbel voorzichtig.
Laat de bestuurder al zijn richtingaanwijzers tegelijk werken, dan gaan er kinderen in- of uitstappen. Dan matig je je snelheid aanzienlijk en stop je zo nodig.

Wat doe je bij een wielerwedstrijd?
Bij een wielerwedstrijd geldt de regel voor elke weggebruiker: onmiddellijk uitwijken, de rijbaan zo ver mogelijk vrijmaken en stoppen. Je doet dat zodra je een van deze dingen ziet naderen:
- het openingsvoertuig met een rode vlag, dat de wedstrijdkaravaan aankondigt;
- het openingsvoertuig met een rode vlag, dat de publiciteitskaravaan (de reclamekaravaan) aankondigt;
- een renner of een groep renners;
- een voertuig van de wedstrijdkaravaan of van de publiciteitskaravaan.
Daarna blijf je staan tot het sluitingsvoertuig voorbij is. Dat voertuig draagt een groene vlag en kondigt het einde van de karavaan aan. Pas dan is het gewone verkeer weer toegelaten.

Op een landweg bij Tielt wacht je op het einde van een wielerwedstrijd. Je ziet geen renners meer, maar het sluitingsvoertuig met de groene vlag is er nog niet. Mag je rijden?
Mag je dwars door een stoet of een groep rijden?
Nee. Voor alle weggebruikers is het verboden om dwars door de volgende groepen te rijden:
- een militaire kolonne: een troep op mars of een convooi dat door bevoegde personen of militairen geregeld wordt;
- een stoet of een processie;
- een groep voetgangers, bijvoorbeeld een schoolklas die in Gent onder leiding van de leraar de straat oversteekt;
- een samenkomst bij een cultureel, sportief of toeristisch evenement;
- een groep deelnemers aan een wielerwedstrijd of aan een niet-gemotoriseerde sportwedstrijd of -competitie.
Bij zo’n groep volg je ook de aanwijzingen van wie daarvoor bevoegd is: een militair bij een legerkolonne, een signaalgever bij evenementen en wedstrijden, een wegkapitein bij groepen fietsers of motorfietsers, een groepsleider bij voetgangers en ruiters. Bij werken op de weg volg je de werfopzichter.
Voor een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden geldt een eigen regel. Je rijdt er niet dwars doorheen wanneer ze in rijen lopen, vergezeld van een leider, of wanneer ze de rijbaan oversteken onder de controle van een jeugdverkeersbrigade, een leider of een gemachtigd opzichter. Je volgt de aanwijzingen van die gemachtigde opzichters.
Om het verkeer stil te leggen, tonen al deze personen een ronde witte schijf met een rode rand: het bord verboden toegang voor ieder bestuurder. Zie je die schijf, dan stop je.

Je kent nu de reflexen bij een sirene, een file, een bus, een wielerwedstrijd en een groep. De herhaling hieronder zet de kernpunten op kaartjes, en de oefenvragen daarna testen of je ze beheerst.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz1

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.