Fietsers, steps en bromfietsers: de regels (theorie B)
- Een echt fietspad herken je aan een bord of aan twee onderbroken witte strepen. Een gekleurde strook alleen is geen fietspad.
- Langs een fietser laat je minstens 1 meter ruimte in de bebouwde kom, 1,5 meter daarbuiten.
- Elektrische step: minstens 16 jaar, nooit met twee, en je telt als fietser.
- Speed pedelec = bromfiets: trapondersteuning tot 45 km/u, helm verplicht.
- Groep fietsers: onthoud 15, 50 en 150. Op voorbehouden wegen rijd je hoogstens 30 km/u.
Alles staat hieronder, met de borden en de valkuilen van het examen.
Eén meter. Zoveel zijdelingse ruimte laat je minstens tussen je auto en een fietser in de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is het anderhalve meter. Beide afstanden gelden niet alleen als je inhaalt. Die getallen moet je kennen, net als het verschil tussen fiets, elektrische step, bromfiets en speed pedelec.
Welke basisregels gelden voor fietsers en bromfietsers?
Fietsers en bromfietsers mogen op de openbare weg niet:
- rijden zonder het stuur vast te houden;
- rijden zonder de voeten op de pedalen of de voetsteunen;
- zich laten voorttrekken;
- rijden terwijl ze een dier aan het leizeel (de leiband) houden.
Ook de amazonezit, met beide benen aan dezelfde kant, is verboden. Dat geldt voor bestuurders en passagiers van fietsen, bromfietsen, motorfietsen en driewielers of vierwielers met motor.
Op de rijbaan blijf je zo dicht mogelijk bij de rechterrand. Trek je een aanhangwagen met je fiets, dan rijd je achter elkaar. Op een busstrook mogen fietsers alleen rijden als het bord of een onderbord een fiets toont, en ook dan achter elkaar.

Hoe herken je een echt fietspad?


Een fietspad kan rechts of links van de rijbaan liggen. Is het berijdbaar en met een bord aangeduid voor jouw rijrichting, dan moet je het volgen als je fietst of een tweewielige bromfiets klasse A bestuurt.
Ligt het links, dan hoef je het niet te volgen als bijzondere omstandigheden dat verantwoorden en je rechts op de rijbaan rijdt.
Is het fietspad alleen afgebakend met twee evenwijdige onderbroken witte strepen, dan volg je het enkel als het rechts van je ligt. Ligt het links, dan mag je het niet volgen.
Je mag het fietspad verlaten om van richting te veranderen, om in te halen of om een hindernis te omzeilen. Op het fietspad zelf hinder je niemand en breng je niemand in gevaar.
Met een auto mag je niet op een fietspad rijden. Je mag er ook niet stilstaan (zelfs niet om iemand te laten in- of uitstappen) of parkeren. Oversteken mag wel, bijvoorbeeld naar een oprit. Dan verleen je voorrang aan wie op het fietspad rijdt.
In Gent loopt een rode strook langs de rijbaan, zonder bord en zonder onderbroken witte strepen. Is dat een fietspad?
Elektrische steps: welke regels gelden?
Volgens het verkeersreglement is een elektrische step een gemotoriseerd voortbewegingstoestel. Door de constructie ligt zijn maximumsnelheid vast op 25 km/u. Sinds 1 juli 2022 gelden er duidelijke regels:
- je bent minstens 16 jaar;
- je rijdt alleen: een passagier meenemen is verboden;
- je wordt gelijkgesteld met een fietser: je volgt het fietspad als dat er is en je het kunt berijden, anders de rijbaan;
- in de bebouwde kom rijd je niet op het trottoir.
Ben je jonger dan 16, dan mag je een step op de openbare weg alleen gebruiken in een woonerf of erf, in een speelstraat, op een voorbehouden weg (zie verderop) en in een voetgangerszone waar fietsers zijn toegelaten. In zo’n zone rijd je stapvoets en laat je de voetgangers voorgaan.
Sinds 1 september 2026 is er nog een regel bij: haalt je step door de constructie meer dan 20 km/u, dan draag je een helm. Een bromfietshelm mag, en een fietshelm ook als die je slapen en achterhoofd beschermt.
Je rijdt met een elektrische step in de bebouwde kom van Leuven. Er is geen fietspad. Waar rijd je?
Wat is een speed pedelec wettelijk?
Een speed pedelec lijkt op een fiets, maar is wettelijk een bromfiets. De trapondersteuning werkt tot 45 km/u. Dat brengt regels mee:
- bestuurder en passagier dragen een helm: een bromfietshelm, of een fietshelm die slapen en achterhoofd beschermt;
- je bent minstens 16 jaar als je alleen rijdt, of met een instructeur van een rijschool of een examinator; met een gewone passagier moet je minstens 18 jaar zijn;
- je hebt een rijbewijs AM nodig. Een rijbewijs B geldt ook.
Op de rijbaan gelden voor een speed pedelec dezelfde regels als voor een fiets: je mag met twee naast elkaar rijden, behalve wanneer tegenliggers dan niet meer kunnen passeren. Buiten de bebouwde kom rijd je achter elkaar zodra een voertuig van achteren nadert.
Voor een fietspad met het bord verplicht fietspad of de fietspadmarkering geldt: waar de maximumsnelheid hoger is dan 50 km/u, moet je het volgen als het bruikbaar is. Bij 50 km/u of minder mag het, zolang je niemand in gevaar brengt.
Een deel van de openbare weg dat met het bord voor voetgangers, fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A is aangeduid, mag je als speed pedelec in diezelfde gevallen ook volgen, maar dat is nooit verplicht.

Fietsers, motorrijders en ruiters in groep: wie mag wat?
Fietsers in groep (van 15 tot 150 deelnemers)
Vanaf 15 deelnemers en tot 150 heeft een groep fietsers eigen regels:
- ze hoeft de fietspaden niet te volgen;
- ze mag met twee naast elkaar rijden, zolang ze gegroepeerd blijft, en alleen op de rechterrijstrook (zonder rijstroken: hoogstens de breedte van één rijstrook en nooit meer dan de helft van de rijbaan);
- van 15 tot 50 deelnemers mag er een begeleidende auto bij zijn, voorop en achteraan op ongeveer 30 meter. Is er maar één auto, dan rijdt die achteraan;
- bij meer dan 50 deelnemers is die begeleiding verplicht: een auto voorop en een auto achteraan, met op het dak een blauw bord met een waarschuwingsteken boven een witte fiets;
- bij meer dan 50 deelnemers zijn er ook minstens twee wegkapiteins. Bij 15 tot 50 mogen ze erbij zijn.
Een wegkapitein is minstens 21 jaar en draagt om de linkerarm een band met horizontaal de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, het woord “wegkapitein”. Op kruispunten zonder verkeerslichten mag hij het verkeer op de dwarswegen stilleggen, terwijl de groep oversteekt.
Motorrijders in groep (vanaf 2 deelnemers)
Rijden minstens twee motorrijders samen op een weg met rijstroken, dan hoeven ze niet achter elkaar te rijden. Ze mogen in dezelfde rijstrook in twee geschrankte rijen rijden, dus een beetje schuin achter elkaar, met voldoende veiligheidsafstand. Zonder rijstroken nemen ze hoogstens de helft van de rijbaan in, en als tegenliggers anders niet kunnen passeren, rijden ze achter elkaar.
Boven de 50 deelnemers zijn er minstens twee wegkapiteins nodig. Bij motorrijders zijn ze minstens 25 jaar en dragen ze een veiligheidsvest dat licht terugkaatst, met in zwarte letters op de rug het woord “wegkapitein”.
Ruiters in groep (vanaf 10 deelnemers)
Een groep van minstens 10 ruiters mag een groepsleider hebben van minstens 21 jaar. Hij draagt om de linkerarm een band met horizontaal de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, het woord “groepsleider”. Op kruispunten zonder verkeerslichten mag hij, net als een wegkapitein, het verkeer op de dwarswegen stilleggen.
Een groep van 60 fietsers rijdt door Brugge. De begeleidende auto’s zijn…
Voorbehouden wegen: wie mag erop en hoe snel?
Sommige wegen zijn voorbehouden voor bepaalde weggebruikers: een “weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs”, soms ook voor landbouwvoertuigen. Wie er mag rijden, zie je aan de symbolen op het bord bij het begin van de weg.


Op een weg voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs geldt voor iedereen:
- je brengt anderen niet in gevaar en je hindert hen niet;
- je bent dubbel voorzichtig met kinderen, want spelen is toegestaan;
- je belemmert het verkeer niet nodeloos;
- je rijdt hoogstens 30 km/u.
Prioritaire voertuigen mogen er rijden als hun opdracht dat rechtvaardigt. Met een vergunning van de wegbeheerder mogen er ook rijden: voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud, voertuigen van aanwonenden en hun leveranciers, en voertuigen die vuilnis ophalen.
Staat het symbool van een landbouwvoertuig op het bord, dan is de weg ook open voor landbouwvoertuigen en voor bespannen voertuigen. Op zo’n weg mogen ook voertuigen van en naar de aanliggende percelen en niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers rijden. De maximumsnelheid blijft 30 km/u.

Je rijdt bij Hasselt op een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters. Hoe snel mag je hoogstens?
Jij in de auto: afstand houden en voorrang geven aan fietsers
Als automobilist of motorrijder heb je duidelijke plichten tegenover fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen:
- je brengt hen niet in gevaar;
- je bent dubbel voorzichtig met fietsende kinderen en bejaarden;
- je laat minstens 1 meter zijdelingse ruimte, en buiten de bebouwde kom minstens 1,5 meter;
- je nadert een oversteekplaats voor fietsers met matige snelheid en stopt zo nodig om hen te laten doorrijden;
- je rijdt zo’n oversteekplaats niet op als het verkeer vastzit en je er zou moeten stilstaan.
Steek je een fietspad over, dan verleen je voorrang aan wie op het fietspad rijdt. Een fietser op een fietspad gebruikt de oversteekplaats als die er is, en rijdt er voorzichtig op.
Je haalt met je auto buiten de bebouwde kom, bij Kortrijk, een fietser in. Hoeveel zijdelingse ruimte laat je minstens?
Je weet nu wie waar mag rijden en hoeveel ruimte jij laat. De herhaling hieronder zet de getallen op kaartjes, en de oefenvragen daarna tonen of je ze onthouden hebt.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz6






Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.