Slecht weer, mist en nacht: zo rijd je veilig
- Regen verandert de maximumsnelheid niet. Jij vertraagt wel: minder grip, meer afstand, en stoppen voor een hindernis die je ziet aankomen.
- Sneeuwkettingen mag je alleen bij sneeuw of ijzel. Op een natte rijbaan zonder sneeuw zijn ze verboden. Spijkerbanden zijn verboden.
- Voormistlichten zijn nooit verplicht. Je mag ze alleen bij mist, sneeuwval of felle regen.
- Achtermistlichten, als je wagen ze heeft: verplicht bij mist of sneeuw onder ongeveer 100 meter zicht, en bij felle regen.
- Lichten aan tussen avond en ochtend, en ook overdag zodra je niet meer duidelijk ziet tot op ongeveer 200 meter.
Per situatie de juiste reflex, de lichten en de valkuilen van het examen: hieronder.
De rijbaan wordt glad, of je ziet plots bijna niets. De maximumsnelheid op die weg blijft dezelfde. Jouw snelheid niet. Regen, sneeuw, ijzel, mist, zijwind en nacht vragen elk een eigen reflex.
De eerste reflexen bij weer en claxon staan in de les Weer en milieu. Hier gaat het over wat de regels echt vastleggen: de lichten, de kettingen en wanneer je moet vertragen.
Waarom moet je bij regen trager rijden?
Een bui op de ring van Gent. Het bord langs de weg, of de gewone limiet van die weg, verandert niet omdat het regent. Toch mag je niet gewoon je snelheid aanhouden.
Je stemt je snelheid af op het weer, het zicht, de staat van de rijbaan en je voertuig. Die snelheid mag geen ongeval veroorzaken en het verkeer niet hinderen.
Twee dingen horen daarbij. Je houdt een veilige afstand tegenover je voorligger, groot genoeg voor jouw snelheid. En je moet in elke situatie kunnen stoppen voor een hindernis die je kunt voorzien.
- minder grip: een natte rijbaan houdt je banden slechter vast, dus je remafstand wordt langer;
- aquaplaning: de banden raken de weg niet meer, de uitleg staat hieronder;
- minder zicht, voor jou en voor wie je kruist.

Je banden doen het werk alleen als de groeven diep genoeg zijn. De hoofdgroeven moeten minstens 1,6 mm diep zijn. Ondiepe groeven voeren water slecht af, en aquaplaning begint vroeger.
Het regent hard op de ring van Gent. De limiet is dezelfde als bij droog weer. Mag je die snelheid aanhouden?
Wat is het gevaar bij sneeuw en ijzel?
Sneeuw en ijzel maken de rijbaan nog gladder dan regen. Je hebt minder grip, soms ook minder zicht, en je moet voorzichtiger sturen en remmen. IJzel is het gladst: je banden hebben dan bijna geen houvast.
Een driehoek met een slippende auto waarschuwt voor een glibberige rijbaan. Een onderbord kan sneeuw, ijzel, een nat wegdek of bladeren noemen. Het bord zegt niet hoe snel je mag rijden, maar dat je hier kunt uitglijden.

Sneeuwkettingen mag je op de banden leggen, maar alleen bij sneeuw of ijzel. Op een rijbaan die alleen nat is, zijn ze verboden. Ze zijn toegelaten, niet verplicht. Ook mét kettingen, of met vierseizoenenbanden, rijd je trager.

Spijkerbanden zijn verboden. De minister kan ze alleen bij uitzondering toelaten, als het weer dat rechtvaardigt, en onder voorwaarden die hij zelf vastlegt.
De rijbaan in Hasselt is nat, maar er ligt geen sneeuw en geen ijzel. Mag je sneeuwkettingen monteren?
Wanneer mag je je mistlichten aansteken?
Bij mist mag je de voormistlichten gebruiken. Verplicht is dat nooit. Drie situaties, en geen andere: mist, sneeuwval en felle regen. Ze mogen je dimlichten of je grootlichten vervangen, of samen met die lichten branden.
Zodra je weer normaal ziet, doe je ze uit. Buiten die drie situaties zijn ze verboden. Ze verblinden andere bestuurders, vooral wie je kruist.
Wanneer moet je de achtermistlichten gebruiken, als je wagen ze heeft?
Er is geen vaste snelheid voor mist in de regels. Je past je snelheid aan het zicht aan, en je moet kunnen stoppen voor een hindernis die je kunt voorzien. Een vraag die beweert dat de wegcode een vaste snelheid voor mist oplegt, is dus fout.

Hoe houd je je koers bij zijwind?
Op stukken waar vaak een sterke zijwind waait, en waar een windzak hangt, waarschuwt een bord voor zijwind. Een open stuk aan de kust is daar een voorbeeld van. Een vlaag duwt de auto opzij. Dat is een plotse afwijking van je lijn.

Twee reflexen. Je rijdt trager dan de limiet van die weg, zodat een vlaag je minder ver duwt. En je houdt het stuur met twee handen, zodat je de vlaag kunt opvangen.

Een windzak aan de kust staat strak. Wat doe je?
Wanneer zet je je lichten aan, ook overdag?
In het donker zie je alleen het stuk dat je lichten verlichten, en anderen zien jou alleen als je lichten branden. Je gebruikt je lichten tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en ook op elk ander uur wanneer je niet meer duidelijk kunt zien tot op ongeveer 200 meter.
Vooraan zijn dat de dimlichten of de grootlichten. Die mogen samen branden. Achteraan branden de rode lichten. Een stortbui om 15 uur op de Antwerpse ring, waarin je geen 200 meter ver ziet, telt dus ook.
Je dooft de grootlichten en schakelt over op de dimlichten in vier gevallen:
- je nadert een tegenligger: doe het op tijd, zodat die veilig verder kan, en in elk geval zodra hij met zijn lichten knippert omdat je hem verblindt;
- je nadert een spoorvoertuig (een trein, een tram) of een boot waarvan de bestuurder of de stuurman verblind zou worden;
- je volgt een voertuig op minder dan 50 meter, behalve terwijl je inhaalt;
- de rijbaan is doorlopend zo verlicht dat je ongeveer 100 meter ver duidelijk ziet.
Welk licht wanneer, in een tunnel of bij stilstand, staat in de les Verlichting en zichtbaarheid. Hier onthoud je het moment: nacht, of zicht onder ongeveer 200 meter.
Om 15 uur zie je door een bui niet duidelijk tot op ongeveer 150 meter. Wat doe je met je lichten?
Wat betekent herhaling, en wat kost ze?
Herhaling is geen tweede lichte fout. Je werd veroordeeld voor een feit uit een vaste lijst, en dat vonnis is definitief geworden. Binnen drie jaar na de dag van dat vonnis pleeg je opnieuw een feit uit die lijst. Het hoeft niet hetzelfde feit te zijn.
Op die lijst staan onder meer:
- alcohol vanaf minstens 0,35 milligram per liter lucht die je uitademt, of 0,8 gram per liter bloed, en de weigering van de ademtest, de ademanalyse of de bloedproef;
- dronkenschap door alcohol, drugs of geneesmiddelen, rijden onder invloed van drugs, en de weigering van de speekseltest, de speekselanalyse of de bloedproef;
- vluchtmisdrijf, rijden zonder het vereiste rijbewijs, en rijden terwijl je rijbewijs onmiddellijk ingetrokken is.
Ook een overtreding van de vierde graad telt. Hetzelfde geldt als je de toegelaten snelheid met meer dan 40 km/u overschrijdt, of met meer dan 30 km/u in de bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving, een erf of een woonerf. Een gewone overtreding van de derde graad, zoals door het rood rijden, valt daar niet onder.
De drempels voor alcohol en drugs, en wat een eerste keer al kost, staan in de les Alcohol, drugs en vermoeidheid. Hier onthoud je de termijn: drie jaar, en een straf die bij elke nieuwe herhaling zwaarder wordt.
Regen, sneeuw, mist, zijwind en nacht: je kent nu de reflex bij elke situatie en de cijfers die in de regels staan. Overloop ze nog eens en maak daarna de quiz hieronder.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz2


Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.