Afslaan en voorsorteren: links, rechts en op de rotonde
- Een richtingsverandering is rechts of links afslaan om de rijbaan te verlaten, je voertuig links opstellen op eenrichtingsverkeer, of een rotonde oprijden of verlaten.
- Voor je afslaat: laten de borden het toe, is het veilig voor wie achter je rijdt, richtingaanwijzer aan, juiste plaats, voorrang verlenen.
- Rechts = kort, dicht bij de rechterrand. Links = ruim, zonder de tegenliggers te hinderen, en zij mogen eerst.
- Op een rotonde is de richtingaanwijzer niet verplicht bij het oprijden en wel bij het verlaten.
- Tijdens het afslaan laat je voetgangers voorgaan die de rijbaan oversteken die je oprijdt, en wie op het fietspad of het trottoir rijdt of loopt.
De juiste rijstrook, de formule rechts kort en links ruim, en de valkuil van de rotonde: dat staat hieronder.
Afslaan is de beweging die je het vaakst maakt. Voor het theorie-examen moet je weten waar je je plaatst vóór je afslaat en wanneer je op de rotonde je richtingaanwijzer gebruikt. Bijna alles past in vier woorden: rechts kort, links ruim.
Wat is een richtingsverandering?
Voor je van richting verandert, doe je vier dingen:
- je kijkt of de borden de beweging toelaten;
- je kijkt of het veilig kan, vooral of wie achter je rijdt nog kan vertragen;
- je geeft aan wat je gaat doen en je neemt de juiste plaats in op de rijbaan;
- je verleent voorrang aan wie er recht op heeft.
Je voertuig links opstellen op eenrichtingsverkeer is een zijdelingse verplaatsing. Die kondig je op tijd aan met je richtingaanwijzers. Heb je er geen, zoals op een fiets, dan zo mogelijk met je arm. Je stopt met aangeven zodra de beweging gedaan is.
Je voertuig links opstellen op een rijbaan met eenrichtingsverkeer: is dat een richtingsverandering?
Hoe sla je rechts af?
In Gent sla je rechts een smalle zijstraat in. Je doet dat zo:
- je geeft je voornemen op tijd aan met de rechterrichtingaanwijzer (heb je er geen, dan zo mogelijk met je arm). Rijd je een rotonde op, dan hoeft dat niet. Je zet hem uit zodra de bocht gedaan is;
- je blijft zo dicht mogelijk bij de rechterrand. Alleen als de inrichting van de weg en de afmetingen van je voertuig of je lading dat beletten, mag je naar links;
- doe je dat, dan kijk je eerst of niemand achter je al begonnen is met inhalen. Je brengt de anderen op de weg die je verlaat niet in gevaar;
- je rijdt de bocht met een matige snelheid en zo kort mogelijk.

Eén uitzondering op de korte bocht: mag je op de rijbaan die je oprijdt je rijstrook kiezen of naast elkaar rijden (verderop lees je wanneer), dan hoef je de bocht niet zo kort te nemen.
Rechts afslaan doe je...
Hoe sla je links af, en waarom is dat lastiger?
Links afslaan is lastiger: je kruist het tegemoetkomende verkeer. In Leuven wil je links een zijstraat in, op een rijbaan met twee richtingen. Je doet dit:
- je geeft je voornemen op tijd aan met de linkerrichtingaanwijzer (heb je er geen, dan zo mogelijk met je arm). Je zet hem uit zodra de bocht gedaan is;
- bij twee richtingen ga je naar links, zonder de tegenliggers te hinderen;
- bij eenrichtingsverkeer blijf je zo dicht mogelijk bij de linkerrand;
- je verleent voorrang aan de tegenliggers op de rijbaan die je verlaat;
- je rijdt met een matige snelheid;
- op een kruispunt draai je zo ruim mogelijk, zodat je de nieuwe rijbaan rechts oprijdt.

Mag je je rijstrook kiezen of naast elkaar rijden, dan sla je links alleen af vanaf de linkerstrook. Je rijdt de nieuwe rijbaan toch rechts op, behalve als je ook daar je rijstrook mag kiezen of naast elkaar mag rijden.
Je slaat links af op een rijbaan met twee richtingen. Wie mag eerst?
Welke rijstrook neem je, en welke borden volg je?
Op een gewone weg met één rijstrook per richting blijf je zo dicht mogelijk bij de rechterrand.
In de bebouwde kom mag je de rijstrook volgen die het best bij je bestemming past. Dat mag op eenrichtingsverkeer met rijstroken, en bij twee richtingen met vier of meer rijstroken, minstens twee per richting. In Hasselt, op eenrichtingsverkeer met drie rijstroken, wil je links afslaan: neem dan de linkerstrook.
Is het druk genoeg, dan mag je ook op meerdere rijstroken naast elkaar rijden. Dat geldt op die brede rijbaan, op eenrichtingsverkeer, en waar verkeerslichten boven de rijstroken hangen. In die twee gevallen sla je rechts alleen af vanaf de rechterrijstrook, links vanaf de linkerstrook.

Bij het naderen van een kruispunt kunnen er witte voorsorteringspijlen op het wegdek staan. Ze tonen welke rijstrook je volgt om in de richting van de pijl te rijden. Op het kruispunt volg je de richting, of een van de richtingen, van de rijstrook waar je op rijdt.
Een blauw bord kan die pijlen op de rijbaan aankondigen en je de keuze van de rijstrook opleggen. Het kan ook een strook voor fietsers en tweewielige bromfietsen tonen.

Een ander blauw bord hangt boven de rijstroken en schrijft de richting voor. Pijlen recht naar beneden of naar boven zijn voor rechtdoor. Schuine pijlen zijn voor afslaan. Het aantal pijlen is het aantal rijstroken.

Heb je zo'n bord gevolgd, dan ga je weer naar rechts zodra dat kan.
Het blauwe ronde bord met de witte pijl verplicht je de richting van de pijl te volgen. Staat het bord met een niet-gebogen pijl op een hindernis, dan rijd je er langs aan de kant die de pijl aanduidt.

Zuilen en verkeersgeleiders laat je aan je linkerhand: je rijdt er rechts langs, tenzij een plaatselijke regeling iets anders bepaalt. Ook een vluchtheuvel laat je aan je linkerhand. Er links langs rijden mag alleen als het verkeer dat rechtvaardigt.
Het ronde bord met de rode rand en een pijl verbiedt om aan het volgende kruispunt af te slaan in de richting van die pijl.


Er staan witte pijlen op jouw rijstrook, naar rechts. Wat doe je op het kruispunt?
Rotonde: richtingaanwijzer of niet?
Een rotonde is een weg waarop het verkeer in één richting rond een middeneiland rijdt. Je herkent ze aan het blauwe ronde bord met de witte pijlen: verplicht rondgaand verkeer. Aan elke toegang staat een bord voorrang verlenen of een stopbord.


Wie de rotonde oprijdt, verleent voorrang aan wie er al op rijdt. Wie al op de rotonde rijdt, hoeft geen voorrang van rechts te verlenen.

Oprijden en verlaten zijn allebei een richtingsverandering. Met de richtingaanwijzer ligt dat anders:
- bij het oprijden hoef je de richtingaanwijzers niet te gebruiken;
- bij het verlaten moet je ze wel gebruiken: je verlaat de rotonde naar rechts, dus met de rechterrichtingaanwijzer;
- verander je op de rotonde van rijstrook, dan is dat een manoeuvre. Je geeft het op tijd aan, en je verleent voorrang aan de andere weggebruikers.
Op de rotonde zelf hoef je niet zo dicht mogelijk bij de rechterrand te rijden, behalve als een deel van de weg alleen voor jou bedoeld is. Je volgt de strepen tussen de rijstroken. Je mag de rijstrook nemen die het best bij je afrit past.

Handig: zet je rechterrichtingaanwijzer aan zodra je de afrit vóór de jouwe voorbij bent, en zet hem uit zodra je de rotonde af bent.
Je rijdt in Mechelen een rotonde op. Wat geldt voor de richtingaanwijzer?
Aan wie verleen je voorrang als je afslaat?
Wie van richting verandert, verleent voorrang aan de bestuurders en de voetgangers die de andere delen van dezelfde openbare weg volgen.
Bijvoorbeeld in Kortrijk: je slaat rechts af en een fietser rijdt rechtdoor op het fietspad. Hij mag eerst. Steek je bij de bocht het trottoir of het fietspad over, dan verleen je voorrang aan wie daar gebruik van maakt.
Daarnaast verleen je voorrang aan de voetgangers die de rijbaan oversteken waarop jij gaat rijden. Je slaat een straat in en een voetganger steekt die over: hij mag eerst. Je richtingaanwijzer kondigt de bocht aan, maar de voetganger blijft voorrang hebben.
Kom je uit een aanpalende eigendom, een terrein naast de weg, dan verleen je voorrang aan alle andere weggebruikers, ook aan voetgangers, zelfs zonder bord.
Richtingaanwijzer aan, juiste plaats, rechts kort en links ruim, voorrang aan wie oversteekt: die reflexen horen erbij. Kijk hieronder of het blijft hangen, eerst de herhaling, daarna de quiz.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz7







Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.