Ga naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Volledige cursus · 100 % gratis

De theoriecursus

  • 50 lessen
  • 16 hoofdstukken
  • 7 u 17 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Soorten verkeersborden in Vlaanderen: 6 categorieën · 8 min

Wanneer is je theorie-examen?

Inhalen: wanneer mag het en wanneer niet?

9 min leestijdHoofdstuk: Kruisen en inhalenGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Inhalen doe je links: op tijd je richtingaanwijzer, genoeg afstand, en terug naar rechts zodra het kan.
  • Geen inhalen: een stilstaand voertuig voorbijrijden (behalve een tram die reizigers laat in- of uitstappen), de pijlen boven de rijstroken volgen, of een motorrijder tussen de rijen tot 50 km/u.
  • Rechts alleen als je voorligger aangeeft dat hij links afslaat of links gaat staan en al naar links is gegaan, of als het een tram op de rijbaan is.
  • Verboden bij te weinig zicht, over een doorlopende streep, op een kruispunt met voorrang van rechts of waar jij voorrang verleent, en bij een ongeregelde oversteekplaats.
  • Haalt iemand jou in? Zo ver mogelijk naar rechts, en niet versnellen.

De uitzonderingen, de verboden en de valkuilen van het theorie-examen staan hieronder.

Inhalen lijkt eenvoudig, maar de regels zitten vol uitzonderingen. Voor het theorie-examen houd je drie dingen uit elkaar: links inhalen, de gevallen waarin rechts mag, en de verboden.

Wat is inhalen, en wat lijkt er alleen op?

Definitie. Inhalen is een bestuurder voorbijrijden die in beweging is en in dezelfde richting rijdt. Een tegenligger kruis je. Een voertuig dat stilstaat, haal je niet in.

Drie situaties lijken op inhalen, maar zijn het niet.

  • een stilstaand voertuig voorbijrijden: het rijdt niet, dus het is geen inhalen, behalve een tram die stilstaat om reizigers te laten in- of uitstappen;
  • sneller rijden dan de rij naast je, als je de pijlen boven de rijstroken volgt of in rijen naast elkaar mag rijden: geen inhalen, behalve bij een ongeregelde oversteekplaats (zonder bevoegd persoon en zonder lichten);
  • een motorrijder tussen de rijen, binnen de grenzen hieronder.
Blauwe borden met pijlen boven de rijstroken: ze schrijven voor welke rijstrook je kiest
Pijlen boven de rijstroken: je volgt de pijl van jouw rijstrook. Sneller dan de rij ernaast is dan geen inhalen.

In de bebouwde kom kies je de rijstrook die bij je bestemming past: op een eenrichtingsweg met rijstroken, en op een weg met vier of meer rijstroken waarvan er minstens twee per richting zijn.

Is het druk, dan mag het verkeer in meerdere rijen naast elkaar rijden op die wegen, op een eenrichtingsweg, en waar lichten boven de rijstroken hangen. Bij twee richtingen blijf je op de rijstroken van jouw richting.

Valkuil. Staat in de vraag dat het voertuig stilstaat, dan is het meestal geen inhalen. Twee uitzonderingen: een tram die stilstaat om reizigers te laten in- of uitstappen, en een bestuurder die stopt voor een ongeregelde oversteekplaats.
Definitie. Een motorrijder tussen twee rijstroken of rijen haalt niet in als de voertuigen daar stilstaan of traag rijden. Hij rijdt hoogstens 50 km/u, en hoogstens 20 km/u sneller dan zij. Op een autosnelweg of autoweg blijft hij tussen de twee meest linkse rijstroken. Bij een ongeregelde oversteekplaats is dat wel inhalen, en dus verboden.

Je rijdt in Leuven een rij stilstaande auto's voorbij. Is dat inhalen?

Hoe haal je links in?

De basis is één zin: inhalen doe je links.

  • kijk eerst of het zonder gevaar kan: de weg is ver genoeg vrij, niemand achter je is al aan het inhalen, je kunt terug naar rechts zonder anderen te hinderen, en je kunt in heel korte tijd inhalen;
  • kondig het aan, op tijd, met je linker richtingaanwijzer. Heeft je voertuig er geen, geef dan een teken met je arm, als dat kan. Zet je richtingaanwijzer uit zodra je zijdelings verplaatst bent;
  • houd afstand: blijf zo ver als nodig van wie je inhaalt. Is de rijbaan te smal om vlot voorbij te komen, dan mag je de gelijkgrondse berm of de zijdelingse strook volgen, zonder iemand in gevaar te brengen;
  • ga terug naar rechts zodra dat zonder hinder kan, en kondig dat ook aan. Zet je richtingaanwijzer weer uit zodra je terug bent.
Een auto gaat naar links om een andere auto in te halen die in dezelfde richting rijdt
Richtingaanwijzer op tijd, genoeg afstand, en terug naar rechts zodra het kan.

Je mag links blijven om meteen opnieuw in te halen: op een rijbaan met twee richtingen en vier of meer rijstroken, zolang je op de rijstroken van jouw richting blijft, en op een eenrichtingsweg.

Een onderbroken witte streep mag je overschrijden om in te halen. Een doorlopende witte streep niet, en scheidt ze de rijrichtingen, dan mag je er ook niet links van rijden.

Wanneer mag je rechts inhalen?

Rechts inhalen mag alleen in deze drie gevallen.

  • je voorligger heeft aangegeven dat hij links afslaat, en hij is al naar links gegaan;
  • hij heeft aangegeven dat hij zijn voertuig links opstelt om er stil te staan of te parkeren, en hij is al naar links gegaan;
  • het is een tram of een ander spoorvoertuig dat de rijbaan volgt, of het nu rijdt of stilstaat om reizigers te laten in- of uitstappen.

Een tram haal je dus rechts in. Links mag pas als rechts niet kan: de doorgang is te smal, er staat een stilstaand of geparkeerd voertuig of er ligt een vaste hindernis. Tegenliggers mag je daarbij niet hinderen of in gevaar brengen.

Op een rijbaan met eenrichtingsverkeer mag je een tram ook links inhalen, als het verkeer dat vraagt.

Een rode auto slaat links af terwijl een groene auto hem rechts inhaalt
Je voorligger slaat links af en is al naar links gegaan: rechts inhalen mag.
Op het examen. Rechts inhalen mag als je voorligger aangeeft dat hij links afslaat of links gaat staan, en al naar links is gegaan. Ontbreekt een van beide, dan haal je gewoon links in. Een tram op de rijbaan haal je rechts in.

De auto voor je slaat links af en is al naar links gegaan. Mag je rechts inhalen?

Waar is links inhalen verboden?

Je mag links niet inhalen zodra het zicht, een streep, een kruispunt of een kwetsbare weggebruiker de beweging gevaarlijk maakt.

  • je ziet de tegenliggers niet ver genoeg om het zonder gevaar voor een ongeval te doen;
  • je nadert de top van een helling of je rijdt in een bocht met te weinig zicht. Een auto of een gespan links inhalen is dan de vierde graad, tenzij je de doorlopende witte streep niet overschrijdt die het deel voor de tegenliggers aflijnt;
  • je moet een doorlopende witte streep overschrijden. Dat is op zich een overtreding van de derde graad;
  • je bent op een overweg met het Sint-Andrieskruis, voor één spoor of voor twee of meer sporen, tenzij er slagbomen zijn of lichten het verkeer regelen;
  • het kruispunt heeft voorrang van rechts. Een fietser mag je wel links inhalen. Een gespan, een bromfiets, een motorfiets of een voertuig met meer dan twee wielen niet;
  • jij moet er voorrang verlenen: je komt uit een weg met een bord voorrang verlenen of een stopbord, of je rijdt uit een aardeweg of een pad de rijbaan op;
  • je voorligger haalt zelf een ander voertuig in dan een fiets, een tweewielige bromfiets of een tweewielige motorfiets. Vanaf drie rijstroken in jouw richting mag het wel;
  • je voorligger stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of voor fietsers en tweewielige bromfietsen, of nadert die, zonder bevoegd persoon en zonder lichten;
  • je zou sneller rijden dan daar toegelaten is;
  • je rijdt op een verhoogde inrichting. Die is aangekondigd door het waarschuwingsbord en het blauwe bord, op een kruispunt soms alleen door het waarschuwingsbord, of ze ligt in een zone 30.

Een fietser mag je ook op een overweg of een verhoogde inrichting links inhalen, als je de tegenliggers ver genoeg ziet en geen doorlopende streep overschrijdt.

In de bebouwde kom is de gewone grens 50 km/u, tenzij een bord een andere snelheid oplegt. Buiten de bebouwde kom is de gewone grens in Vlaanderen 70 km/u. Ook als je inhaalt, blijft die grens gelden.

90 km/u mag buiten de bebouwde kom alleen als een bord 90 toont. Op de autosnelweg, en op een weg met minstens twee rijstroken per richting die anders dan door wegmarkeringen gescheiden zijn, geldt 120 km/u. Een lagere grens van een bord blijft gelden.

Twee extra verboden gelden voor zware voertuigen.

  • bij neerslag mogen voertuigen en slepen voor goederenvervoer boven 7,5 ton maximale toegelaten massa niet links inhalen op autosnelwegen, autowegen en wegen met minstens vier rijstroken, met of zonder middenberm. Dat verbod geldt niet als ze een voertuig op een voorbehouden rijstrook voor traag verkeer of een landbouwvoertuig inhalen;
  • een langere en zwaardere sleep, die alleen onder de voorwaarden van de bevoegde overheid rijdt, mag buiten de autosnelweg geen voertuig inhalen dat sneller rijdt dan 50 km/u.

Een rond bord kan het links inhalen nog verder beperken. Vanaf dat bord tot en met het volgende kruispunt mag je een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen niet links inhalen. Het geldt voor elke bestuurder.

Rond verbodsbord: een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links inhalen is verboden
Links inhalen van een gespan of van een voertuig met meer dan twee wielen is verboden, tot en met het volgende kruispunt.

Het einde is hetzelfde bord, grijs en doorgestreept. Goederenvervoer boven 3 500 kg maximale toegelaten massa heeft een eigen bord, met hetzelfde einde. Een van beide negeren is een overtreding van de derde graad.

Rond verbodsbord: goederenvervoer boven 3 500 kg mag geen gespan of voertuig met meer dan twee wielen links inhalen
Goederenvervoer boven 3 500 kg mag geen gespan of voertuig met meer dan twee wielen links inhalen, tot en met het volgende kruispunt.
Sint-Andrieskruis: overweg voor een enkel spoor
Overweg voor een enkel spoor. Zonder slagbomen en zonder verkeerslichten mag je hier links niet inhalen.
Op het examen. Te weinig zicht op tegenliggers is de derde graad. Op een heuveltop of in een bocht met te weinig zicht is een auto links inhalen de vierde graad, tenzij je de doorlopende streep niet overschrijdt. Op het theorie-examen zijn dat zware overtredingen.
Onthoud. Loop een inhaalvraag zo af. Heb ik te weinig zicht op de tegenliggers? Moet ik een doorlopende streep overschrijden? Komt er een kruispunt of een oversteekplaats? Drie keer nee en geen verbodsbord: dan mag je meestal links inhalen, met je richtingaanwijzer en genoeg afstand.

Er komt een oversteekplaats voor voetgangers, zonder bevoegd persoon en zonder lichten. Mag je de auto voor je inhalen?

Iemand haalt jou in. Wat doe je?

Bij inhalen zijn altijd twee bestuurders betrokken. Gaat iemand je links inhalen, dan wijk je zo ver mogelijk naar rechts uit en je voert je snelheid niet op. Ook onder de limiet, ook op de ring van Antwerpen. Dat is een overtreding van de derde graad.

Valkuil. Haalt iemand je links in, ga dan zo ver mogelijk naar rechts en geef geen gas bij. Versnellen mag dan niet, ook als je onder de maximale snelheid blijft.

Iemand haalt je links in. Mag je versnellen als je onder de limiet blijft?

Inhalen doe je links, rechts alleen in de drie uitzonderingen, en waar een verbod geldt, wacht je. De herhaling hieronder zet de kern op kaartjes, en de vragen daarna testen of het blijft hangen.

De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz9
Verkeersbord: Verbod een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen
Verbod een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen
Verkeersbord: Einde van het verbod links in te halen
Einde van het verbod links in te halen
Verkeersbord: Verbod voor goederenvervoer boven 3500 kg een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen
Verbod voor goederenvervoer boven 3500 kg een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen links in te halen
Verkeersbord: Einde van het inhaalverbod voor goederenvervoer boven 3500 kg
Einde van het inhaalverbod voor goederenvervoer boven 3500 kg
Verkeersbord: Kruispunt waar de voorrang van rechts geldt
Kruispunt waar de voorrang van rechts geldt
Verkeersbord: Overweg met slagbomen
Overweg met slagbomen
Verkeersbord: Overweg voor enkel spoor
Overweg voor enkel spoor
Verkeersbord: Overweg voor twee of meer sporen
Overweg voor twee of meer sporen
Verkeersbord: Verkeersbord dat pijlen op de rijbaan aankondigt en de keuze van een rijstrook voorschrijft
Verkeersbord dat pijlen op de rijbaan aankondigt en de keuze van een rijstrook voorschrijft

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methodologie
  • Wegcode (koninklijk besluit van 1 december 1975), Vlaamse versie, artikelen 9.4, 9.5, 11.1, 11.2, 12.3.1, 13, 16, 17, 22ter, 72.2 en 72.3
  • Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad, artikelen 3 en 4
  • Verkeersborden C35, C37, C39, C41, A41, A45, A47, B17, F13, F15, A14, F87 en F4a
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie): artikelen 16.1, 16.2, 16.2bis, 17.2, 16.3, 16.4, 16.5, 16.6, 16.9, 17.1, 17.3 en 16.7
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie), verkeersborden: bord F13, bord F15, bord A45, bord A47, bord A41, bord C35, bord C37, bord C39, bord C41, bord A14, bord F87 en bord F4a

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Rijbewijs B Theorie. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze controlemethode.

Credits van de afbeeldingen. Beelden en schema’s: Rijbewijs B Theorie ; Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975).