Parkeerborden: parkeerverbod/stilstaan en parkeren verboden
- Twee borden die je niet mag verwarren: parkeerverbod en stilstaan en parkeren verboden. Het tweede verbiedt ook even stoppen.
- De basisregel: het bord geldt aan de kant waar het staat, vanaf het bord tot aan het volgende kruispunt.
- Pijlen en een afstand onder het bord tonen waar de regel begint en eindigt.
- Beurtelings parkeren: aan de ene kant verboden van de 1e tot de 15e van de maand, aan de andere kant van de 16e tot het einde. Je wisselt van kant op de laatste dag van elke periode, tussen 19.30 uur en 20 uur.
- Bewonerskaart, parkeerkaart of kaart voor autodelen: aan de binnenkant van de voorruit.
De borden met afbeeldingen, de basisregel en de valkuilen: alles staat hieronder.
Twee borden die bijna op elkaar lijken, maar niet hetzelfde verbieden. Het ene verbiedt je te parkeren. Het andere verbiedt je ook om even stil te staan. Wie ze op het theorie-examen door elkaar haalt, geeft punten weg. Gelukkig volgt de hele familie van parkeerborden één basisregel, en met die regel lees je de rest bijna vanzelf.
Parkeerverbod of stilstaan en parkeren verboden: wat is het verschil?
Kijk goed naar de twee borden hieronder. Links het parkeerverbod, rechts stilstaan en parkeren verboden. In de blauwe cirkel met rode rand staat bij het eerste bord één schuine rode streep, bij het tweede een rood kruis.

Bij een parkeerverbod mag je dus nog wel even stoppen om iemand te laten uitstappen of om iets te laden of te lossen. Bij stilstaan en parkeren verboden mag dat niet: je stopt er niet, ook niet om iemand te laten uitstappen.
Parkeerverbod en stilstaan en parkeren verboden: is dat hetzelfde bord?
Waar en tot waar geldt een parkeerbord?
Dit is de regel om te onthouden. Een parkeerbord geldt:
- aan de kant van de weg waar het staat;
- vanaf het bord tot aan het volgende kruispunt;
- bij het parkeerverbod en bij stilstaan en parkeren verboden: op de rijbaan en op de berm.
Zoek dus geen tweede bord verderop: zonder pijlen of afstand loopt de regel door tot aan het volgende kruispunt.
Je ziet een parkeerverbod. Op welk stuk geldt het?
Hoe lees ik de pijlen: begin, einde en afstand?
Een parkeerbord wordt aangevuld met een onderbord met een pijl. Dat onderbord duidt het begin of het einde van de reglementering aan.

Twee situaties moet je kennen:
- houdt het verbod of de toelating op voor het volgende kruispunt, dan staat daar een bord dat gelijk is aan het eerste, met de pijl voor het einde;
- geldt de regel maar over een korte afstand, dan vermeldt een onderbord meteen de afstand waarover het verbod of de toelating geldt.
Zo lees je het: het bord legt de regel op, de beginpijl toont waar hij begint en de eindpijl waar hij ophoudt. Zie je geen eindbord en geen afstand, dan geldt de basisregel: tot aan het volgende kruispunt, of tot een ander bord een nieuwe regeling begint.
Wat is beurtelings parkeren?
Hier geldt dezelfde logica als bij de andere parkeerborden, met één verschil: deze borden gelden alleen op de rijbaan, niet op de berm. Pijlen onder het bord tonen ook hier het begin en het einde van de zone.
Concreet: op de 15e van de maand wissel je tussen 19.30 uur en 20 uur van kant. Op de laatste dag van de maand doe je dat opnieuw. Dat tijdvak moet je uit het hoofd kennen.


Staan er huizen langs de straat, dan hangt het bord voor de 1e tot de 15e aan de kant van de even huisnummers en het bord voor de 16e tot het einde aan de kant van de oneven huisnummers.
Geldt het beurtelings parkeren in de hele bebouwde kom (halfmaandelijks parkeren in gans de bebouwde kom), dan staat het bord boven het bord dat het begin van de bebouwde kom aanduidt.

Beurtelings parkeren: wanneer wissel je van kant?
Waar mag ik parkeren, en waar moet ik parkeren?
Een aantal borden laat parkeren toe, reserveert een plaats voor bepaalde voertuigen of verplicht je om op een bepaalde plaats te staan. Dit zijn de namen die je moet kennen:
- parkeren toegelaten;
- parkeren uitsluitend voor motorfietsen, personenauto’s, auto’s voor dubbelgebruik en minibussen;
- parkeren uitsluitend voor lichte vrachtauto’s en vrachtauto’s;
- parkeren uitsluitend voor autocars;
- parkeren uitsluitend voor kampeerauto’s;
- parkeren uitsluitend voor motorfietsen;
- parkeren voorbehouden voor fietsen van 7.30 uur tot 18 uur, en voor motorfietsen, personenauto’s, auto’s voor dubbelgebruik en minibussen van 18 uur tot 7.30 uur;
- verplicht parkeren op de rijbaan;
- verplicht parkeren op de berm of op het trottoir;
- verplicht parkeren deels op de berm of op het trottoir.





Let op het woord verplicht: die borden zeggen niet alleen dat je mag parkeren, maar ook waar je je voertuig neerzet. En uitsluitend voor lees je letterlijk: een plaats voor autocars of kampeerauto’s is niet voor jouw auto.
Het bord parkeren toegelaten en de borden die het parkeren voorbehouden voor bepaalde voertuigen volgen langs de straat de basisregel. Duidt zo’n bord een parking aan, dan geldt het alleen op die parking, niet tot aan het volgende kruispunt.
Wat zeggen de onderborden onder een parkeerbord?
Een onderbord zegt wie er mag parkeren, wanneer en hoelang. Je ziet bijvoorbeeld:
- de uren of dagen waarop een verbod geldt: “van 7 tot 19 u”, “van maandag tot vrijdag”;
- de maximumduur van het parkeren: “30 min.”, “van 9 tot 12 u”;
- een beperking: “uitgezonderd maandag van 7 u tot 19 u”;
- de categorie van voertuigen waarvoor de plaats voorbehouden is: “taxis”;
- een gewichtsbeperking: “5 t. max.”, dat is de maximaal toegelaten massa;
- betalend: je gebruikt de betaalparkeerkaart, of een andere betaalwijze die ter plaatse is aangeduid;
- een plaats voorbehouden voor het laden en lossen van goederen.

Een plaats met het symbool voor personen met een handicap is voorbehouden voor de voertuigen die zij gebruiken. Zonder de speciale kaart aan de binnenkant van de voorruit mag je er niet parkeren.

Een onderbord voor elektrische of hybride elektrische voertuigen reserveert de plaats voor die voertuigen. Staat er een publieke laadpaal, dan moet je voertuig er ook echt op aangesloten zijn.

Parkeerschijf, bewonerskaart, parkeerkaart: wat leg je achter je voorruit?
Een onderbord met een parkeerschijf betekent dat de parkeertijd beperkt is en dat je de schijf gebruikt. Je legt ze aan de binnenkant van de voorruit en zet de pijl op het streepje dat volgt op het tijdstip van je aankomst.
Zo’n onderbord kan onder de borden voor beurtelings parkeren hangen en onder de borden die het parkeren toelaten. Staat er ook “uitgezonderd bewoners” bij, dan geldt de schijfregel niet voor wie een bewonerskaart heeft.
Een onderbord met “parkeerkaart”, “bewoners” of “autodelen” reserveert de plaats voor voertuigen met de gemeentelijke parkeerkaart, de bewonerskaart of de parkeerkaart voor autodelen. Die kaart moet aan de binnenkant van de voorruit liggen. Staat er een periode bij, dan geldt de reservatie alleen in die periode.

Onder het bord staat het onderbord “bewoners”. Wat heb je nodig om daar te parkeren?
Je kent nu het verschil tussen de twee verbodsborden, de basisregel, het beurtelings parkeren en de onderborden. De herhaling hieronder zet de kernpunten op kaartjes, en met de oefenvragen daarna ga je na of je het verschil tussen parkeren en stilstaan echt kent.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz14














Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.