Verkeerslichten: wat betekenen rood, oranje en groen?
- Rood: je stopt voor de stopstreep. Vast oranjegeel verbiedt dat ook, behalve als je niet meer veilig kunt stoppen.
- Staat er een pijl in het licht? Dan geldt dezelfde regel, maar alleen voor de richting van de pijl.
- Brandt er een groene pijl samen met rood? Dan rijd je alleen in de richting van de pijl en verleen je voorrang aan de bestuurders uit andere richtingen en aan de voetgangers.
- Een licht met een fietssilhouet is voor fietsers en tweewielige bromfietsen, een licht met een voetganger voor voetgangers. Witte signalen op zwart zijn alleen voor bus en tram.
- Aan een overweg betekenen twee rode knipperlichten: niet verder. Een maanwit knipperlicht laat je het signaal voorbijrijden.
Hieronder staan de uitleg, de afbeeldingen en de valkuilen.
Een groene pijl kan je verplichten om voorrang te verlenen, en oranjegeel verbiedt je al om door te rijden. Verrast een van die twee zinnen je? Na deze les weet je bij elk licht wat je moet doen en voor wie het bedoeld is.
Wat betekenen rood, oranjegeel en groen?
Een gewoon verkeerslicht is rond en heeft drie kleuren: rood bovenaan, oranjegeel in het midden en groen onderaan. Het staat rechts van de rijbaan.
Het mag ook links of boven de rijbaan herhaald worden, en op een kruispunt ook aan de andere kant van het kruispunt. Een gevaarsbord met een verkeerslicht waarschuwt je vooraf dat er zo’n licht komt.

De lichten volgen elkaar altijd in dezelfde volgorde op: na groen komt oranjegeel, na oranjegeel komt rood en na rood komt weer groen.
Elke kleur heeft zijn eigen regel:
- rood: je mag de stopstreep niet voorbijrijden. Is er geen stopstreep, dan mag je het verkeerslicht zelf niet voorbijrijden;
- vast oranjegeel, in de volksmond oranje: hetzelfde verbod, tenzij je op het moment dat het licht aangaat al zo dichtbij bent dat je niet meer veilig kunt stoppen;
- groen: je mag het verkeerslicht voorbijrijden.
Heb je bij oranjegeel de stopstreep voorbijgereden omdat je niet meer veilig kon stoppen, en staat het licht bij een kruispunt? Dan steek je het kruispunt alleen over als je de andere weggebruikers niet in gevaar brengt.
Het licht staat vast op oranjegeel en je bent nog op veilige afstand van de stopstreep. Wat doe je?
Nog een bijzonder geval: op een weg met het bord voorrangsweg of het bord voorrang mogen de lichten op de kruisende wegen in uitzonderlijke gevallen vervangen zijn door het bord stoppen en voorrang verlenen. Dat kan in twee situaties:
- de lichten beschermen een oversteekplaats voor voetgangers vlak bij een kruispunt;
- de lichten staan bij een kruispunt dat vlak bij een ander kruispunt met driekleurige verkeerslichten ligt.


Wat verandert er als er een pijl in het licht staat?
Is een kleur vervangen door een pijl van dezelfde kleur, dan blijft de regel precies dezelfde. Maar hij geldt alleen voor de richting van de pijl. Vraag je dus eerst voor welke richting het licht geldt, en pas daarna welke kleur het heeft.
Soms branden er extra lichten in de vorm van een groene pijl tegelijk met het rode of het oranjegele licht. Dan mag je alleen in de richting van de pijl verder rijden. Je verleent wel voorrang aan de bestuurders die volgens de regels uit andere richtingen komen en aan de voetgangers. Die extra pijlen zitten onder of naast het groene licht.

Het licht staat op rood en er brandt ook een groene pijl naar rechts. Wat mag je?
Welke lichten en borden gelden speciaal voor fietsers?
Toont een verkeerslicht het verlichte silhouet van een fiets, dan geldt het alleen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen. Zie je een fiets én een voetganger, dan geldt het licht voor fietsers, voor voetgangers en voor tweewielige bromfietsen die op het fietspad mogen rijden.

Knippert er naast een rood of oranjegeel licht een oranjegeel fietssilhouet met een knipperende pijl? Dan mogen fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen alleen in de richting van die pijl verder rijden. Ze verlenen voorrang aan de bestuurders die volgens de regels uit andere richtingen komen en aan de voetgangers.
Twee kleine borden onder een verkeerslicht veranderen de regel voor fietsers en bestuurders van speed pedelecs. Bij rood of oranjegeel mogen zij het licht voorbijrijden: met het ene bord om rechts af te slaan, met het andere om rechtdoor te rijden. Ze verlenen dan voorrang aan de andere weggebruikers.

Wat betekent een groene pijl helemaal alleen, bij het uitrijden van het kruispunt?
Je slaat in Mechelen links af op een kruispunt met verkeerslichten. Bij het uitrijden van het kruispunt brandt er een groene pijl naar links, helemaal alleen. Dat is de ontruimingspijl.
Die pijl zegt dat het verkeer dat jou tegemoetkomt, door een rood licht wordt tegengehouden. Zo kun jij het kruispunt gemakkelijker ontruimen.

Wat betekenen de lichten boven de rijstroken?
Boven een rijstrook, of boven een ander deel van de openbare weg, kunnen lichten met een eigen vorm hangen:
- een rood kruis: verboden richting op die rijstrook. Uitzonderingen: prioritaire voertuigen op een dringende opdracht en, bij stilstaand of sterk vertraagd verkeer, takelwagens en personen of diensten die het openbaar ministerie of de politie heeft opgeroepen, op weg naar een incident op of langs de autosnelweg of autoweg;
- een groene pijl naar beneden: toegelaten richting, je mag op die rijstrook rijden;
- een oranjegele pijl die schuin naar beneden wijst, knipperend of niet: verboden richting, behalve om de rijstrook te verlaten in de richting van de pijl. Dezelfde uitzonderingen als bij het rode kruis gelden.

Boven jouw rijstrook brandt een rood kruis. Wat betekent dat?
Voor wie zijn de rode en groene lichten met een silhouet?
Bij een voetgangerslicht toont het rode licht een stilstaande voetganger en het groene licht een voetganger in beweging. Het rode licht hangt boven het groene. Staat het silhouet omringd door pijltjes, dan geldt dezelfde kleur tegelijk voor de dwarsrichting. Zulke lichten gelden alleen voor voetgangers.

Wat betekenen de witte lichten voor bus en tram?
Voor voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer, zoals een lijnbus of een tram, bestaan eigen signalen: witte balken, cirkels en driehoeken op een zwarte achtergrond. Rijd je met een gewone auto, dan zijn ze niet voor jou bedoeld. Zo werken ze:
- een horizontale balk betekent hetzelfde als rood: stoppen;
- een cirkel betekent hetzelfde als vast oranjegeel;
- een driehoek met de punt naar onder betekent hetzelfde als groen;
- een verticale balk geeft de toelating om alleen rechtdoor te rijden;
- een balk die 45 graden naar links of naar rechts wijst, geeft de toelating om alleen in de richting van de balk verder te rijden;
- een knipperende cirkel betekent hetzelfde als een oranjegeel knipperlicht.


Wanneer mag je door een knipperlicht rijden?
Drie knipperlichten moet je kennen. Twee ervan staan aan een overweg:
- een oranjegeel knipperlicht: je mag het licht voorbijrijden, met dubbele voorzichtigheid;
- twee rode lichten die om beurten knipperen, aan een overweg: voor alle weggebruikers verboden om de stopstreep voorbij te rijden, en zonder stopstreep om het signaal zelf voorbij te rijden;
- een maanwit knipperlicht aan een overweg: je mag het signaal voorbijrijden.
Zo’n oranjegeel knipperlicht kan een los licht zijn, twee lichten die om beurten branden, het oranjegele licht van een driekleurig verkeerslicht dat niet in werking is, of in speciale gevallen een licht dat in een driekleurig verkeerslicht het groene licht vervangt.
Ongeveer 150 meter voor een overweg staat een gevaarsbord: het bord overweg met slagbomen of het bord overweg zonder slagbomen. Vlak bij het spoor staat het bord overweg voor enkel spoor of overweg voor twee of meer sporen, ook wel het Sint-Andrieskruis genoemd.
Je nadert een overweg. Twee rode lichten knipperen om beurten. Wat doe je?
Nu ken je alles wat er voor je kan oplichten. Herhaal de kernpunten op de kaartjes hieronder en test daarna je reflexen met de oefenvragen.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz10










Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.