Documenten aan boord: wat moet je bij je hebben?
- Vijf documenten bij een controle, plus je identiteitskaart: rijbewijs, inschrijvingsbewijs, verzekeringsbewijs, keuringsbewijs (als de auto gekeurd moet zijn) en gelijkvormigheidsattest.
- Ben je ouder dan vijftien, dan toon je je identiteitskaart als een bevoegd persoon dat vraagt na een overtreding of een ongeval.
- Het verzekeringsbewijs mag groen of wit zijn. Op het praktijkexamen mag het ook elektronisch.
- Een gewone personenauto gaat naar de technische keuring zodra ze vier jaar oud is, en daarna om de twee jaar.
- In de auto horen ook een gevarendriehoek, een blustoestel, een retro-reflecterend veiligheidsvest en een verbandetui.
Elk document apart, en wat er nog in de auto moet liggen: dat staat hieronder.
De politie houdt je tegen in Gent. Raam open, en meteen: de documenten aan boord. Dan telt elke seconde. Of je geeft de papieren rustig af, of je zit nerveus in je auto te graaien. Die lijst hoort bij de leerstof van het theorie-examen.
Welke documenten moet je kunnen tonen?
Onthoud de lijst als één plus vier, met je identiteitskaart erbij. Eén document gaat over jou als bestuurder. Vier documenten gaan over de auto.
- het rijbewijs: jij mag deze categorie besturen. Voor een gewone auto is dat categorie B;
- het inschrijvingsbewijs: de auto is ingeschreven, met haar nummerplaat;
- het verzekeringsbewijs: de burgerlijke aansprakelijkheid is verzekerd;
- het keuringsbewijs: de auto is gekeurd, als ze naar de keuring moet;
- het gelijkvormigheidsattest: de auto voldoet aan de technische regels.
In Brugge controleert een agent je. Welk document hoort niet bij de documenten aan boord?
Het rijbewijs, en je identiteitskaart erbij
Het eerste document is van jou. Je rijbewijs toont dat je dit voertuig mag besturen, en dat het geldig is voor de juiste categorie. Voor een gewone auto is dat categorie B.
Tijdens je opleiding rij je met een voorlopig rijbewijs. Ook dat toon je als een bevoegd persoon erom vraagt. Zonder geldig rijbewijs voor die categorie rijd je niet.
Rijden terwijl je geen houder bent van het rijbewijs voor die auto, is zwaarder strafbaar dan je rijbewijs gewoon vergeten. Vergeten mag ook niet. Je hebt het bij je, en je toont het zodra een bevoegd persoon erom vraagt.
Naast het rijbewijs hoort je identiteitskaart. Ook die heb je bij je als je rijdt. Ben je ouder dan vijftien jaar, dan toon je ze als een bevoegd persoon dat vraagt na een overtreding of een verkeersongeval.
Bij een ongeval toon je die kaart ook aan de andere betrokkenen, als zij erom vragen. Dat geldt zodra je ouder bent dan vijftien, of er nu alleen stoffelijke schade is of ook gewonden.
Het inschrijvingsbewijs: de auto, de plaat, de naam
Het inschrijvingsbewijs komt van de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen. Het koppelt de auto, de nummerplaat en de naam waarop ze ingeschreven is. Je hebt het bij je als je rijdt.
Op het praktijkexamen vraagt het examencentrum het originele inschrijvingsbewijs. Een foto op je telefoon is dat origineel niet. Neem het echte document mee, niet een afbeelding ervan.
Op het praktijkexamen in Mechelen toon je een foto van het inschrijvingsbewijs op je telefoon. Geldig?
Het verzekeringsbewijs: moet de groene kaart groen zijn?
Een auto mag de openbare weg alleen op als de burgerlijke aansprakelijkheid verzekerd is, en als die verzekering niet geschorst is. Het bewijs dat je toont, is het verzekeringsbewijs. Veel mensen zeggen nog groene kaart.
Die kaart hoeft niet groen te zijn. Ze mag groen of wit zijn. Op het praktijkexamen aanvaardt het centrum een origineel geldig verzekeringsbewijs: witte of groene papieren, een kaart, of een elektronische versie. Op dat examen mag je ze dus op je telefoon tonen.
De nummerplaat vervangt het verzekeringsbewijs niet. Dat blijft een van de documenten die je verplicht bij je hebt.
Je verzekeraar bezorgde je het verzekeringsbewijs elektronisch. Op je praktijkexamen toon je het op je telefoon. Geldig?
Technische keuring en gelijkvormigheid: de twee laatste papieren
Het keuringsbewijs toont dat de auto op de technische keuring is geweest. Je hebt het alleen nodig als de auto gekeurd moet zijn. Een gewone personenauto moet voor het eerst naar de keuring op de dag dat ze vier jaar oud is, gerekend vanaf de eerste keer dat ze in het verkeer kwam, en daarna om de twee jaar.
Stel: je rijdt in Leuven met de gezinsauto van twee jaar. Die auto hoeft nog niet gekeurd te zijn. Een keuringsbewijs vragen heeft dan geen zin.
Sommige voertuigen gaan vroeger. Een auto voor rijonderricht gaat naar de keuring vóór ze voor het eerst in België de weg op mag, en daarna elk jaar. Hetzelfde geldt voor een auto voor individueel bezoldigd personenvervoer, zoals een taxi, en voor een ziekenauto.
Een aanhangwagen met een maximaal toegelaten massa van meer dan 750 kg en hoogstens 3 500 kg moet ook gekeurd worden vóór ze voor het eerst in het verkeer komt, en daarna om de twee jaar. Het is de aanhangwagen die gekeurd wordt, niet automatisch de auto die ze trekt.
Een auto die gekeurd moet zijn, mag niet op de openbare weg zonder geldig keuringsbewijs. Het bewijs ligt in de auto. Je toont het als een bevoegd persoon erom vraagt.
Is de keuring in orde, of zijn er alleen kleine gebreken, dan is het bewijs groen tot de volgende keuring. Bij grote gebreken is het rood en nog twee maanden geldig. Bij gevaarlijke gebreken is het rood, zonder geldigheid, en mag de auto het verkeer niet in.
Het gelijkvormigheidsattest hoort bij de auto vanaf de ingebruikname. De constructeur levert het af. Het moet de auto altijd vergezellen, ook als ze van eigenaar verandert. Het bewijst dat ze aan de technische regels voldoet.
Sommigen denken dat dit attest alleen voor de keuring dient. Het hoort wel bij de documenten die je bij je hebt als je rijdt. Op de keuring toon je het ook, als het personeel erom vraagt.
Een uitzondering: voer je een auto in die al in een andere lidstaat van de Europese Unie ingeschreven was, dan hoef je dit attest niet voor te leggen. Is het inschrijvingsbewijs uit die lidstaat onleesbaar of onvolledig, dan mag men het attest wel vragen. Ontbreekt het attest, dan volgt daar geen sanctie uit.
Je gewone personenauto is twee jaar oud en nooit gekeurd. Ontbreekt er een document aan boord?
Origineel of kopie: wat het examen en de controle aanvaarden
Op het theorie-examen neem je je identiteitskaart mee. Een kopie wordt niet aanvaard. Ben je ze kwijt, dan neem je het officiële bewijs van aangifte van verlies of diefstal mee. Zonder Belgische identiteitskaart neem je je vreemdelingenkaart mee.
Op het praktijkexamen volstaat een paspoort niet als identiteitsdocument. Voor de auto wil het centrum drie dingen: het originele inschrijvingsbewijs, een origineel geldig verzekeringsbewijs, en een geldig keuringsbewijs als de auto gekeurd moet zijn.
Het elektronische verzekeringsbewijs telt als origineel: dat is het echte bewijs, digitaal. Een foto van het papieren inschrijvingsbewijs is geen origineel. Die twee mag je niet door elkaar halen.
Bij een politiecontrole toon je je rijbewijs zodra een bevoegd persoon erom vraagt. Een fotokopie volstaat niet: je moet het rijbewijs zelf bij je hebben.
Ook het keuringsbewijs toon je zodra een bevoegd persoon erom vraagt, als de auto er een moet hebben. De documenten van de keuring horen in de auto te liggen wanneer je ermee rijdt.
Wat ligt er nog in de auto, naast de papieren?
Naast de papieren horen er vier zaken in een gewone auto te liggen. Ze staan op dezelfde lijst als de documenten.
- een gevarendriehoek, om een auto die niet meer verder kan of een lading die op de weg gevallen is, te signaleren;
- een blustoestel met minstens 1 kg poeder als de maximaal toegelaten massa van de auto hoogstens 3 500 kg bedraagt. Minstens één toestel ligt binnen handbereik van de bestuurder;
- een retro-reflecterend veiligheidsvest. In de volksmond: een fluovestje;
- een verbandetui (ook verbanddoos genoemd) in een gewone auto. Een verbandkist is voor autobussen, autocars en auto's voor bezoldigd personenvervoer.
Het blustoestel staat op een steun die aan de auto vastzit. Je haalt het er in hoogstens tien seconden af. Is de verzegeling stuk, of is de datum op de romp voorbij, dan telt het toestel niet meer.
Heb je pech op een autosnelweg of een autoweg en sta je op een plaats waar je niet mag stoppen of parkeren, dan trek je het vest aan zodra je de auto verlaat. Het vest ligt dus in de auto, niet thuis in de kast.
Rijbewijs, identiteitskaart, inschrijving, verzekering, keuring en gelijkvormigheid: dat is de lijst, met de driehoek, het blustoestel, het vest en het verbandetui erbij. De herhaling hieronder zet de kern op kaartjes. Daarna test de quiz of je bij elk document meteen weet wat het bewijst.