Onderhoud, technische keuring en lading
- Kijk motorolie, koelvloeistof, remvloeistof en ruitensproeiervloeistof na. De hoofdgroeven van je banden moeten minstens 1,6 mm diep zijn.
- Een gewone personenauto gaat naar de technische keuring als ze vier jaar oud is, en daarna om de twee jaar.
- De maximale toegelaten massa is de bovengrens. Met rijbewijs B: hoogstens 3 500 kg. De massa in beladen toestand is wat de auto nu weegt.
- Lading: niets vooraan, hoogstens 1 m achteraan, 2,55 m breed, 4 m hoog.
- Meer dan 1 m achteraan uitsteken: een rood-wit bord. Een rood licht komt erbij zodra de auto verlicht moet zijn.
De cijfers, de borden en de valkuilen van het examen: alles staat hieronder.
3 500 kilogram. Dat is de bovengrens van je rijbewijs B. Bij dat getal horen drie andere cijfers waar het theorie-examen graag naar vraagt: 1 meter, 2,55 meter en 4 meter. Ken je ze, dan zijn dit punten die je niet laat liggen.
Waarom kijk je je auto na voor je vertrekt?
Voor een lange rit, van Gent naar de kust bijvoorbeeld, kijk je of de auto nog in orde is. Op het examen moet je de meest voorkomende defecten kunnen herkennen.
Het gaat dan vooral om het stuur, de ophanging, de remmen, de banden, de lichten en de richtingaanwijzers, de reflectoren, de spiegels, de voorruit en de ruitenwissers, de uitlaat, de gordels en het geluidstoestel.
Bij de banden onthoud je één cijfer. De hoofdgroeven, de brede groeven midden op het loopvlak, moeten minstens 1,6 mm diep zijn. Bij een bromfiets is dat 1 mm. Is het linnen, het weefsel onder het rubber, ergens zichtbaar, dan mag die band niet meer. Een verkeerde bandenspanning is gevaarlijk.
Reageren je remmen anders dan je gewend bent, laat ze nakijken. Het stappenplan van de controles staat in de les over voertuigcontroles. De banden hebben een eigen les.

Welke vloeistoffen houd je op peil?
Vier vloeistoffen kom je tegen als je de auto nakijkt, en ook bij de controles op het praktijkexamen:
- motorolie houdt de motor gesmeerd;
- koelvloeistof houdt de motor koel. Bij te weinig kan de motor oververhitten;
- remvloeistof heb je nodig om te kunnen remmen;
- ruitensproeiervloeistof maakt de voorruit schoon, zodat je zicht houdt.
Je koelvloeistof staat bijna op nul. Wat is het directe risico?
Op het praktijkexamen kan de examinator je vragen waar je het peil van de motorolie, de remvloeistof of de koelvloeistof controleert. Die drie controles verdwijnen vanaf 1 december 2026. Het peil zelf blijf je wel nakijken voor je vertrekt.
Wanneer moet je auto naar de technische keuring?
De technische keuring geldt voor auto's.
Een volledige keuring controleert de identificatie, onder meer het chassisnummer, en of de auto nog voldoet aan de normen voor veiligheid en milieu.
Een gewone personenauto gaat naar de keuring de dag dat ze vier jaar oud is, gerekend vanaf de eerste keer in het verkeer, en daarna om de twee jaar. Je biedt haar aan in de twee maanden vóór die datum. Een taxi of een andere auto voor betaald personenvervoer, een ziekenwagen, een autobus of een autocar gaat al vóór de eerste rit, en daarna elk jaar.
Het keuringsstation geeft een keuringsbewijs af met het resultaat. Welke papieren je bij je moet hebben, lees je in de les over de documenten aan boord.

Wat is het verschil tussen de twee massa's?
Een derde begrip helpt je ze uit elkaar te houden. De eigen massa is het gewicht van de rijklare auto, met brandstof, water en olie, maar zonder personen en zonder lading.
De bovengrens blijft altijd dezelfde. De massa in beladen toestand verandert bij elke rit: lege koffer of vier vrienden met tassen naar Leuven, dat weegt niet hetzelfde. De maximale toegelaten massa staat op het inschrijvingsbewijs of op het keuringsbewijs.
Met een rijbewijs B bestuur je auto's waarvan de maximale toegelaten massa hoogstens 3 500 kg is. Zo'n auto is gebouwd voor hoogstens acht passagiers, jou als bestuurder niet meegerekend. Is de auto zwaarder, dan heb je een ander rijbewijs nodig.
De maximale toegelaten massa van een auto, dat is...

Wat mag je lading niet doen?
Wat je ook meeneemt, een volle koffer of een kast op het dak: bij normale wegomstandigheden mag de lading zes dingen niet.
- Ze mag je zicht niet hinderen.
- Ze mag geen gevaar zijn voor jou, voor wie meerijdt, of voor de andere weggebruikers.
- Ze mag de openbare weg en wat erbij hoort niet beschadigen, ook geen bruggen of andere kunstwerken, en geen openbaar of privé-eigendom.
- Ze mag niet slepen of vallen op de openbare weg.
- Ze mag de stabiliteit van de auto niet in het gedrang brengen.
- Ze mag de lichten, de reflectoren en de nummerplaat niet onzichtbaar maken.
Lange stukken, zoals buizen of planken, maak je aan elkaar en aan de auto vast. Bij het schommelen mogen ze niet buiten de zijkant van de auto zwaaien.
Zorg dat tassen vastliggen in de koffer, niet los naast je. Losse bagage kan je zicht wegnemen of iemand raken.
Hoeveel personen mag je meenemen, en hoe zit een kind vast?
Je mag niet meer inzittenden vervoeren dan er plaatsen zijn met een veiligheidsgordel of een goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem, plus de plaatsen die geen gordel moeten hebben. Plaatsen met een gordel of een kinderbeveiligingssysteem neem je eerst in.
Personen vervoeren op de buitenkant van de carrosserie is verboden.
Een kind jonger dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm moet in een kinderbeveiligingssysteem zitten dat voor dat kind geschikt is, zoals een kinderzitje. Op een plaats zonder gordel vervoer je geen kind jonger dan 3 jaar. Vooraan, op een plaats zonder gordel, ook geen kind jonger dan 18 dat kleiner is dan 135 cm.
Tot welke leeftijd zit een kind kleiner dan 135 cm in een kinderbeveiligingssysteem?
Twee beperkte uitzonderingen, niet vooraan. Past er geen derde zitje bij terwijl er al twee in gebruik zijn, dan mag een derde kind van 3 jaar of ouder en kleiner dan 135 cm achteraan de gordel dragen. Bij incidenteel vervoer over een korte afstand zonder genoeg zitjes mag dat ook, behalve als een ouder van het kind zelf rijdt.
Een zitje dat naar achteren gericht is, zet je niet op een voorstoel met een voorairbag, tenzij die uit staat.
Hoe ver mag je lading uitsteken?
Bij lading draait het om cijfers: de maten. Dit zijn de grenzen voor een gewone auto:
- vooraan: de lading mag niet buiten de voorkant van de auto uitsteken;
- achteraan: hoogstens 1 meter. Lange ondeelbare stukken mogen tot 3 meter. Dat zijn stukken die je niet kunt opdelen zonder grote kosten of risico op schade, en die door hun lengte niet vervoerd kunnen worden met een voertuig dat aan de lengte-eisen voldoet;
- breedte: hoogstens 2,55 m, alle uitstekende delen inbegrepen. Is de auto zelf al 2,6 m breed, dan is de grens 2,6 m;
- hoogte: hoogstens 4 meter, lading inbegrepen. Bestaat de lading uit geperste balen vlas, dan mag het geladen voertuig 4,30 m hoog zijn.
Een drager voor fietsen of rolstoelen mag achteraan, met lading hoogstens 1 meter, en alleen daarvoor.
Drie andere ronde borden met een rode rand slaan op de lengte, de breedte en de hoogte, lading inbegrepen. Het cijfer op het bord is de grens.
Hoe signaleer je een lading die achteraan uitsteekt?
Steekt de lading meer dan 1 meter buiten de achterkant, dan komt er een vierkant bord op het verste punt, rechtop. Zijde 0,50 m, rode en witte strepen van ongeveer 75 mm, een rode diagonaal. De rode strepen weerkaatsen het licht. Wanneer de auto niet verlicht moet zijn, volstaat dat bord.
Moet de auto verlicht zijn, dan blijft dat bord, en komt er een rood licht bij dat naar achteren schijnt, plus een oranje reflector aan elke zijkant. Het hoogste punt van het bord, het rode licht en de oranje reflectoren zit niet hoger dan 1,60 m boven de grond. Het laagste punt niet lager dan 0,40 m.
Je lading steekt meer dan een meter uit achteraan, op een heldere dag. Waarmee signaleer je ze?
Vloeistoffen op peil, een keuring op het juiste moment, twee massa's en vier cijfers voor je lading. Daarmee heb je dit stuk van het examen bij elkaar. Herhaal de kaders hierboven, en test jezelf daarna met de oefenvragen.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz4




Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.