Veiligheid in de auto: gordel en kinderzitje
- De gordel is verplicht voor de bestuurder en elke passagier, voorin en achterin, op elke plaats die er een heeft.
- Zonder gordel: tweede graad, 128 euro. Een kind fout vervoeren: derde graad, 191 euro, op het examen een zware overtreding.
- Jonger dan 18 jaar én kleiner dan 1,35 m: een geschikt kinderzitje. Vanaf 1,35 m, of vanaf 18 jaar, volstaat de gordel.
- Een zitje tegen de rijrichting in mag niet voor een voorairbag, tenzij die airbag uitstaat.
- De claxon alleen om een ongeval te voorkomen. Buiten de bebouwde kom ook om te waarschuwen dat je wilt inhalen.
De uitzonderingen, je zithouding en de valkuilen staan hieronder.
Je haalt een kind van tien op in Gent. Het is 1,30 m en klikt zelf de gordel vast. Mag het zo meerijden? Twijfel je? Dan loont het om dit goed te kennen: gordel, kinderzitje, zithouding en claxon horen bij de leerstof van het theorie-examen.
Wie moet de gordel om?
De veiligheidsgordel houdt je tegen bij een noodstop. In een auto die aan het verkeer deelneemt, dragen de bestuurder en alle passagiers de gordel, voorin en achterin, op elke plaats die ermee is uitgerust.
Er mogen niet meer mensen in de auto dan er plaatsen zijn met een gordel of een goedgekeurd kinderzitje, plus de plaatsen die geen gordel hoeven. De plaatsen met een gordel of een zitje neem je bij voorrang in, en de plaatsen met een kinderzitje zijn bij voorrang voor kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 m.
Gebruik gordel en zitje zo dat ze blijven beschermen: niet onder je arm, niet achter je rug, niet te los of gedraaid.
Deze mensen zijn vrijgesteld van de gordel en van het kinderzitje:
- jij, terwijl je achteruit rijdt;
- de taxibestuurder terwijl hij een klant vervoert. Zijn passagiers niet;
- bestuurder en passagiers van een prioritair voertuig dat een persoon vervoert die een potentiële bedreiging vormt of vlak bij de plaats van een interventie is, en passagiers die de vervoerde persoon verzorgen;
- wie een medische vrijstelling heeft, en ze toont als een bevoegd persoon erom vraagt;
- de postbode die tijdens de ronde op korte afstand post uitreikt of ophaalt.
Je rijdt in Brugge achteruit een oprit af. Moet je gordel dan om?
Wanneer heeft een kind een zitje nodig?
Twee voorwaarden samen: het kind is jonger dan 18 jaar én kleiner dan 1,35 m. Dan rijdt het in een kinderbeveiligingssysteem dat voor dat kind geschikt is, voorin of achterin. Een zitje of een zitverhoger, als het past en goed vastzit.
Vanaf 1,35 m volstaat de gordel, ook als het kind nog geen 18 is. Vanaf 18 jaar volstaat de gordel ook, zelfs als iemand kleiner is dan 1,35 m. De leeftijd alleen of de lengte alleen is niet bepalend: let op het woordje “en”.

Op een plaats zonder gordel mag geen kind jonger dan 3 jaar. Voorin zonder gordel mag ook geen kind jonger dan 18 dat kleiner is dan 1,35 m.
In een taxi zonder zitje mag een kind jonger dan 18 en kleiner dan 1,35 m meerijden, maar niet voorin. In een bus of autocar met meer dan acht zitplaatsen naast de bestuurder geldt die zitjesplicht niet. De gordelplicht blijft wel gelden en wordt aangegeven door de bestuurder, de reisleider of een pictogram op de zitplaats.
Twee uitzonderingen, alleen in een gewone auto (hoogstens acht zitplaatsen naast de bestuurder) of een bestelwagen tot 3,5 ton, en alleen achterin:
- er zijn al twee zitjes in gebruik en een derde past niet. Een derde kind van 3 jaar of ouder en kleiner dan 1,35 m mag dan met de gordel;
- af en toe, over een korte afstand, en er zijn niet genoeg zitjes. Kinderen van 3 jaar of ouder en kleiner dan 1,35 m mogen dan met de gordel. Niet als een ouder van dat kind rijdt. Rijdt een grootouder of iemand anders, dan kan het wel.
Het zitje moet bij dit kind passen en voldoen aan de normen die sinds 1 september 2006 gelden. Anders mag je het niet gebruiken.
In Gent is een kind van 10 jaar 1,40 m groot. Wat heeft het nodig?
Mag een kinderzitje voor een voorairbag?
Een kind jonger dan 18 jaar mag niet in een naar achteren gericht zitje op een passagiersplaats met een voorairbag, tenzij die airbag uitgeschakeld is of zichzelf voldoende uitschakelt.
Staat het zitje in de rijrichting, dan mag het daar blijven, met de voorairbag aan. “Nooit een kind voorin” is te streng. De richting van het zitje is bepalend.
Je neefje van 2 jaar zit tegen de rijrichting in, voorin, en de voorairbag staat aan. Mag dat?
Hoe stel je stoel, gordel en hoofdsteun af?
Het theorie-examen rekent gordel, zitplaats en hoofdsteun tot de leerstof. Op het praktijkexamen laat je zien hoe je ze afstelt, voor je vertrekt. Doe het opnieuw als iemand anders de auto heeft gebruikt.
- zet je stoel zo dat je, met de koppeling ingedrukt, je been lichtjes gebogen houdt;
- controleer de helling van je rugleuning: houd je armen boven het stuur, je polsen komen dan ter hoogte van het stuur. Je armen blijven licht gebogen;
- zet de bovenkant van de hoofdsteun op gelijke hoogte met de bovenkant van je hoofd, of enkele centimeter hoger. Buig je hoofd lichtjes naar achteren: de hoofdsteun moet het dan steunen;
- is de gordel verstelbaar, dan zit hij niet te hoog in je hals en niet zo laag dat je je armen niet vrij beweegt.
Wanneer mag je claxonneren?
Het geluidstoestel, de claxon, dient niet voor je humeur. Elk signaal blijft zo kort mogelijk.
Een signaal mag alleen als nodige waarschuwing, om een ongeval te voorkomen. Buiten de bebouwde kom mag je er ook de bestuurder mee waarschuwen die je wilt inhalen. Groeten of je ongeduld laten horen mag niet, ook niet met een kort signaal.

Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag vervang je de claxon door het kort wisselen tussen grootlichten en dimlichten. Behalve bij dreigend gevaar: dan mag het geluidstoestel wel. Dat geldt in de bebouwde kom en erbuiten.
In Leuven, in de bebouwde kom, wil je claxonneren omdat de auto voor je traag optrekt. Mag dat?
Wat draag je op een motorfiets?
Bestuurder en passagier van een motorfiets dragen een valhelm. Woon je in België, dan moet je helm een homologatieteken (een keurmerk) dragen, voor de maten waarvoor dat vereist is. Daarnaast: handschoenen, een jas met lange mouwen, een lange broek of overall, en laarzen of bottines die de enkels beschermen. Op een bromfiets is de valhelm ook verplicht.
Kinderen onder de 3 jaar mogen niet op een tweewielige bromfiets of een motorfiets. Van 3 tot jonger dan 8 jaar horen ze in een geschikt zitje, en alleen tot 125 cm³. In een zijspanwagen mag een kind onder de 8 jaar wel, in een geschikt zitje.
Wat moet je zien, en wat controleer je voor het vertrek?
Een auto met een voorruit heeft ruitenwissers die vanaf je stoel een voldoende zicht geven. Ze moeten zelf werken: jij duwt ze niet heen en weer. Een ontdooier en een ruitensproeier horen er ook bij, zodat je door de voorruit blijft zien. Die twee zijn niet verplicht op een voertuig voor traag vervoer met een maximumsnelheid tot 30 km/u.

Op het praktijkexamen bedien je altijd de ontwaseming vooraan, de ontvriezing achteraan, de lichten, het geluidstoestel en de richtingaanwijzers. Daarnaast trekt de computer één steekproef: de slijtage of de spanning van een band, of het product voor de ruitensproeiers. Bij dat product open je de motorkap, wijs je het reservoir aan en sluit je de kap goed.
Tot 1 december 2026 kunnen ook het oliepeil, de remvloeistof en de koelvloeistof getrokken worden.
Gordel voor iedereen, een zitje onder 1,35 m en 18 jaar, hoofdsteun en claxon alleen als het moet. Herhaal de kaders en doe daarna de quiz hieronder.