Autoweg of autosnelweg: wat is het verschil?
- Een autoweg herken je aan het blauwe vierkante bord met de witte auto van voren. Dat is geen autosnelweg.
- Alleen motorvoertuigen en hun aanhangwagen. Bromfietsen, landbouwvoertuigen, slepen van kermisvoertuigen en vierwielers zonder passagiersruimte blijven eraf.
- Keren, achteruitrijden en stilstaan zijn verboden, net als op de autosnelweg.
- Een middenberm is een echte scheiding. Witte strepen zijn geen middenberm.
- Buiten de bebouwde kom is 70 km/u de gewone limiet, ook op een autoweg. 90 km/u alleen als een bord 90 aanduidt. 120 km/u op de autosnelweg, en op een andere weg alleen met minstens twee rijstroken per richting en een scheiding die geen wegmarkering is.
Het bord, wie er niet op mag, de middenberm en de drie snelheden: dat staat hieronder.
Ze lijkt op een autosnelweg, maar de regels zijn anders. Lange stukken, alleen motorvoertuigen, soms een strook tussen de twee richtingen: een autoweg doet haar grote zus na. Op het examen lokt die gelijkenis je naar 120 kilometer per uur, net op het moment dat 70 de limiet is.
Je leert het bord herkennen, wie er niet op mag, en wanneer je 70, 90 of 120 mag.
Hoe herken ik een autoweg, en wat is het verschil met de autosnelweg?
De autosnelweg heeft een ander bord: blauw, met een wit viaduct over twee rijbanen. Het einde daarvan is hetzelfde teken met een rode schuine balk. Zie je de auto, dan ben je niet op de autosnelweg, ook al lijkt het landschap erop.

De bijzondere regels beginnen waar het bord staat. Het staat rechts van de weg en mag links herhaald worden. Aan het einde staat het bord met de rode balk, ook rechts, en ook dat mag links herhaald worden.
Zo'n bord mag alleen op een weg die geen toegang geeft tot de eigendommen ernaast. Je vindt er dus geen oprit naar een huis of een winkel pal langs de rijbaan.
Een groen richtingbord met witte tekst betekent dat je die bestemming langs een autosnelweg bereikt. Het zegt niet dat je nu al op een autosnelweg rijdt.
Wie mag op een autoweg rijden?
De toegangsregel is kort: alleen motorvoertuigen en hun aanhangwagens. Een motorvoertuig is een voertuig met een motor dat op eigen kracht rijdt. Fietsers, voetgangers en ruiters vallen daar buiten.
Vier groepen motorvoertuigen mogen er toch niet op:
- bromfietsen;
- landbouwvoertuigen;
- slepen van kermisvoertuigen;
- vierwielers zonder passagiersruimte.
Een speed pedelec is een bromfiets. Die mag er dus niet op, ook al haalt hij 45 kilometer per uur. Een step of een ander gemotoriseerd voortbewegingstoestel telt niet als motorvoertuig, en blijft dus ook buiten.
Een motorfiets mag wel: die staat niet in de vier groepen. Je aanhangwagen mag mee achter een voertuig dat zelf toegelaten is. Achter een tractor mag ze niet mee, want het landbouwvoertuig zelf is verboden.
Wie mag niet op een autoweg?
Welke verboden van de autosnelweg gelden ook op een autoweg?
Veel verboden van de autosnelweg gelden ook op een autoweg. Op dit punt lijkt de autoweg echt op haar grote zus.
- Je gebruikt de dwarsverbindingen tussen de rijbanen niet.
- Je keert niet, je rijdt niet achteruit en je rijdt niet tegen de richting in.
- Je laat je voertuig niet stilstaan en je parkeert niet, behalve op een parkeerstrook waar het bord parkeren toegelaten staat.
- Je sleept geen voertuig met een nood- of hulpkoppeling.
Ook stoeten, betogingen en samenscholingen zijn verboden, net als reclametochten en sportwedstrijden. Iets te koop aanbieden mag er niet, behalve met toelating van de minister die de autosnelwegen beheert.
Eén verschil om te onthouden: de minimumsnelheid van 70 km/u geldt alleen op de autosnelweg, niet op een autoweg.
Rechts van de rijbaan kan een pechstrook liggen, net als op de autosnelweg. Daar rijd je niet op. Uitzondering: prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren. Bij sterk vertraagd of stilstaand verkeer mogen ook takelwagens, en personen of diensten die het openbaar ministerie of de politie oproept, over de pechstrook naar een incident rijden.
Wat is een berm, en waarom telt de middenberm?
De berm is meestal onverhard. Hij hoort niet bij de rijbaan. De gelijkgrondse berm mag je alleen volgen als de wegcode dat toelaat, bijvoorbeeld als kruisen door de breedte van de rijbaan moeilijk is en je niemand daar in gevaar brengt.
Op een brede weg liggen er bermen aan de zijkant en soms een middenberm tussen de twee richtingen. Dat verschil beslist straks je snelheid. Witte strepen tussen de richtingen zijn wegmarkeringen, geen middenberm.

Tussen de twee rijrichtingen liggen alleen witte strepen. Is dat een middenberm?
Hoe snel mag ik buiten de bebouwde kom?
Een autoweg heeft geen eigen snelheidslimiet. Buiten de bebouwde kom gelden dezelfde limieten als op elke andere openbare weg. Sinds 1 januari 2017 is 70 km/u in Vlaanderen de gewone limiet.
Op de autosnelweg mag je 120 km/u, hoe de weg ook aangelegd is. Op een autoweg of een andere weg mag je 120 km/u alleen als die minstens vier rijstroken heeft, waarvan minstens twee in elke richting, en als de richtingen gescheiden zijn door iets anders dan wegmarkeringen. Een middenberm telt. Je voertuig of je sleep mag dan niet meer dan 3,5 ton maximale toegelaten massa hebben.
Voertuigen en slepen zwaarder dan 3,5 ton, autobussen en autocars blijven op die brede weg op 90 km/u. Een bord dat een lagere snelheid aanduidt, blijft gelden. Zie je daar 70, dan is het 70, ook met een middenberm.
Op alle andere wegen buiten de bebouwde kom is de limiet 70 km/u. Dat geldt als de richtingen alleen door wegmarkeringen gescheiden zijn, en ook op een gewone weg met één rijstrook per richting. Een middenberm zonder twee rijstroken in elke richting verandert daar niets aan.
90 km/u mag op die wegen alleen als een bord 90 aanduidt. Zonder dat bord blijf je op 70. Een bord kan ook een lagere snelheid opleggen. Binnen de bebouwde kom is de limiet 50 km/u, tenzij een bord iets anders aanduidt.
Rij je zelf met een auto van hoogstens 3,5 ton, dan heb je aan die drie snelheden genoeg. Zwaardere voertuigen en bussen hebben hun eigen limieten.
Voertuigen en slepen met luchtbanden en een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton blijven buiten de bebouwde kom op 60 km/u. Dat geldt ook op een gewone weg waar een bord 90 aanduidt. Het bord heft hun lagere limiet daar niet op.
Die limiet van 60 geldt niet op de wegen waar auto's 120 mogen, en niet op wegen met minstens twee rijstroken per richting die alleen door markeringen gescheiden zijn én waar een bord 90 staat. Daar rijden zij 90 km/u, niet 120.
Autobussen en autocars hebben buiten de bebouwde kom een eigen maximumsnelheid van 75 km/u. Die verhoogt de limiet van de weg niet: waar 70 geldt, mogen ook zij niet sneller dan 70. Op een gewone weg met een bord 90 blijven zij op 75.
Op dezelfde twee soorten wegen als hierboven mogen zij 90 km/u. Een autocar met gordels op alle zitplaatsen en een begrenzer tot 100 km/u mag 100 alleen op de autosnelweg, niet op een autoweg.
Je rijdt buiten de bebouwde kom bij Hasselt, op een gewone weg met één rijstrook per richting, zonder bord dat 90 aanduidt. Hoe snel mag je?
Buiten de bebouwde kom, twee rijstroken per richting, gescheiden door een middenberm. Je auto is niet zwaarder dan 3,5 ton en er staat geen lager bord. Hoe snel mag je?
Het bord met de auto, de vier groepen die buiten blijven, en de snelheid die afhangt van de aanleg en de borden: daarmee ontmasker je de valse tweeling. Zet de borden en de drie snelheden nog eens op een rij, en test je daarna met de quiz.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz6






Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.