Fietspaden en fietsborden: herkennen en wie mag erop?
- Een fietspad is een deel van de openbare weg voor fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A. Het hoort niet bij de rijbaan.
- Je herkent het aan een rond blauw fietspadbord, of aan twee evenwijdige witte onderbroken strepen. De strook ertussen is te smal voor een auto.
- Rood asfalt alleen maakt geen fietspad. Zonder bord of zonder die strepen gelden de regels van het fietspad niet.
- Een bromfiets klasse B mag het fietspad waar je 50 km/u of minder mag, als het niet met voetgangers gedeeld is. Waar je sneller mag, moet hij het volgen als het er ligt en bruikbaar is.
- Een fietszone is geen fietspad: auto's mogen erin, maar ze halen fietsers niet in, en sneller dan 30 km/u mag niet.
De borden, de strepen en wie er wel of niet op mag: dat staat hieronder, met de vragen die je daarover moet kunnen beantwoorden.
Een rode strook langs de rijbaan, en iedereen zweert dat het een fietspad is. In Gent zie je ze vaak. De vraag is of de regels van het fietspad daar gelden. Het antwoord is nee.
Hier leer je de test waarmee je een echt fietspad in één oogopslag herkent, en daarna wie erop mag rijden.
Wat is een fietspad?
Elk woord telt. Voorbehouden betekent: die strook is toegewezen, het is geen vriendelijk advies. En ze is niet alleen voor fietsen. Tweewielige bromfietsen klasse A horen er van bij het begin bij. Een bromfiets klasse A haalt door zijn bouw hoogstens 25 km/u.
Een driewieler of een vierwieler zonder motor, niet breder dan één meter, telt als een fiets. Een bakfiets van 90 centimeter hoort dus op het fietspad, net als een gewone fiets. Een driewielige bromfiets klasse A telt niet mee: het fietspad noemt alleen de tweewielige.
Het fietspad is voorbehouden voor fietsen en voor…
Hoe herken ik een fietspad?
Er zijn twee manieren. De eerste is een bord. Het verplichte fietspad is een rond blauw bord met een witte fiets, dat na elk kruispunt wordt herhaald.

Het tweede bord verdeelt de strook. Voetgangers hebben één kant, fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A de andere. Kijk welk symbool aan welke kant staat: de symbolen kunnen omgewisseld zijn. Op de grond scheidt een doorlopende witte streep, een andere wegbedekking, om het even welke fysieke scheiding of een combinatie daarvan de twee kanten. Ook dat bord maakt een fietspad.
Een ander rond blauw bord laat voetgangers en fietsers samen hetzelfde deel gebruiken: er is te weinig plaats om hen te scheiden, of ze moeten een veiliger stuk volgen. Fietsers moeten dat deel gebruiken. Het is geen fietspad: bromfietsen klasse A staan er niet bij.

De tweede manier zijn wegmarkeringen. Twee evenwijdige witte onderbroken strepen, en de strook ertussen is niet breed genoeg voor het autoverkeer. Dan is het een fietspad, ook zonder bord.
De streepjes zijn ongeveer vijftien centimeter breed en ongeveer 1,25 meter lang, met een even lange tussenruimte. Een fietssymbool op het asfalt voegt niets toe: zonder die twee strepen of zonder het bord is het geen fietspad.

Is een rode strook een fietspad?
Soms ligt een echt fietspad ook in het rood. De kleur zelf heeft geen betekenis. Bakenen de twee witte onderbroken strepen de strook niet af, en staat er geen bord, dan is het geen fietspad. De bijzondere regels gelden er niet.
Zo'n rode strook zonder strepen noem je in het gewone spraakgebruik een fietssuggestiestrook. De regels van het fietspad gelden er niet.
Een rode strook, zonder witte onderbroken strepen en zonder bord. Is dat een fietspad?
Wie mag op het fietspad rijden?
Fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A: dat is de basis. Een elektrische fiets waarvan de trapondersteuning bij 25 km/u stopt, volgt de regels van de fietser.
Daarbovenop mogen deze bestuurders het fietspad volgen:
- bestuurders van drie- en vierwielers zonder motor, niet breder dan één meter, want die tellen als fietsen;
- bestuurders van een tweewielige bromfiets klasse B en van een speed pedelec, maar niet altijd, en niet op elk fietspad.

Waar je 50 km/u of minder mag, mag een tweewielige bromfiets klasse B het fietspad volgen dat het verplichte fietspadbord draagt, of dat de twee witte strepen afbakenen. Voorwaarde: hij brengt de anderen op dat fietspad niet in gevaar. Hij mag ook op de rijbaan blijven.
In de bebouwde kom van Mechelen mag je 50 km/u: klasse B kiest. Buiten de bebouwde kom is de limiet in Vlaanderen 70 km/u, tenzij een bord iets anders zegt. Is de limiet hoger dan 50 km/u, dan moet klasse B zo'n fietspad volgen, als het er ligt en bruikbaar is.
Dat geldt niet voor het bord waar voetgangers en fietsers elk hun deel hebben, en niet voor het bord waar voetgangers en fietsers samen rijden. Klasse B volgt die twee borden niet.
Een onderbord onder het verplichte fietspad kan die regel wijzigen. Het kan klasse B verplichten het fietspad te volgen, of het net verbieden. Voor de speed pedelec bestaat hetzelfde, alleen of samen met klasse B. Dan geldt het onderbord, niet de gewone snelheidsregel.
Een speed pedelec ondersteunt tot 45 km/u. Op het verplichte fietspad en tussen de twee witte strepen geldt voor hem dezelfde snelheidsregel als voor klasse B. Het gedeelde fietspad met voetgangers mag hij ook volgen. Klasse B mag dat niet.
En de elektrische step? Sinds 1 juli 2022 wordt haar gebruiker gelijkgesteld met een fietser. Officieel heet ze een gemotoriseerd voortbewegingstoestel. Ze volgt het fietspad als een fietser dat moet, als het bruikbaar is. Anders de rijbaan. In de bebouwde kom volgt ze het trottoir niet.
Buiten de bebouwde kom mag een fietser, en dus ook de elektrische step, het trottoir en de verhoogde berm volgen als er geen fietspad is. Hij rijdt rechts en verleent voorrang aan wie daar al gaat. Jonger dan tien mag een fietser het trottoir altijd volgen.
Een bakfiets van 90 centimeter breed. Mag die het fietspad volgen?
Het fietspad is gedeeld met voetgangers, elk hun deel. Mag een bromfiets klasse B erop?
Buiten de bebouwde kom van Hasselt mag je 70 km/u. Er ligt een bruikbaar fietspad met twee witte onderbroken strepen. Jij rijdt met een bromfiets klasse B. Wat doe je?
Moet ik het fietspad volgen?
Een fietser en een bestuurder van een tweewielige bromfiets klasse A moeten een bruikbaar fietspad volgen dat de twee witte strepen afbakenen, als het rechts in hun rijrichting ligt. Ligt zo'n gemarkeerd fietspad links, dan mogen zij het niet volgen.
Staat het fietspad aangeduid met het ronde blauwe bord, het verplichte of het gedeelde, dan moet je het volgen als het in jouw rijrichting gesignaleerd is. Ligt het links, dan hoef je het niet te volgen als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen en je rechts blijft rijden.
Wie het fietspad moet volgen, mag het verlaten om af te slaan, om in te halen, of om een hindernis heen te rijden. Wie op het fietspad rijdt, hindert de anderen niet en brengt hen niet in gevaar.
Eén uitzondering op de plicht: een ligfiets of een velomobiel van hoogstens één meter breed mag, waar je 50 km/u of minder mag, kiezen tussen het fietspad, het deel voor voetgangers en fietsers, en de rijbaan.
Fietspad of fietszone: wat is het verschil?
Het fietspad is een strook van de openbare weg, voorbehouden voor fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A. Een auto hoort daar niet op.
De fietszone dekt een of meer hele straten. Sinds 1 april 2023 heet ze zo. Daarvoor heette ze fietsstraat. Fietsers mogen de hele breedte van de rijbaan gebruiken als die alleen in hun richting openstaat, en de rechterhelft als het verkeer in beide richtingen rijdt.
Motorvoertuigen mogen de fietszone in. Zij mogen de fietsers niet inhalen. De snelheid ligt er nooit hoger dan 30 km/u. Voor al deze regels tellen bestuurders van rijwielen en van speed pedelecs als fietsers.
Het woord fietszone op het bord is niet verplicht. Tot 1 januari 2035 mogen de borden aan begin en einde nog het woord Fietsstraat dragen. Zelfde zone, zelfde regels: auto's blijven achter de fietsers.

Je herkent een echt fietspad nu in één oogopslag, en je weet wie erop mag. Neem de kaders hierboven nog eens door als kaarten. Daarna test je jezelf met de quiz.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz5





Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.