Ga naar de inhoud
Hulpmiddelen
Gratis

Volledige cursus · 100 % gratis

De theoriecursus

  • 50 lessen
  • 16 hoofdstukken
  • 7 u 17 in totaal
  • quizzen met uitleg
Begin met les 1

Soorten verkeersborden in Vlaanderen: 6 categorieën · 8 min

Wanneer is je theorie-examen?

Voetgangerszone en voorbehouden wegen: regels

8 min leestijdHoofdstuk: De openbare wegGratis, zonder accountBijgewerkt in oktober 2026okt. 2026
Het belangrijkste in 30 seconden
  • Speelstraat: op bepaalde uren dicht voor motorvoertuigen. Wie toch binnen mag, rijdt stapvoets.
  • Voorbehouden weg: alleen de weggebruikers van wie het symbool op het bord staat, hoogstens 30 km/u.
  • Voetgangerszone: stapvoets, parkeren verboden, en een fietser stapt af als het te druk is.
  • Overrijdbare bedding: de strook van trams en bussen. Je dwarst ze. Je rijdt er alleen op om een hindernis te ontwijken.
  • Net als het fietspad maakt die bedding geen deel uit van de rijbaan.

Wie binnen mag, onder welke voorwaarde, en hoe snel: elke plaats staat hieronder.

Je auto is niet overal welkom. De openbare weg is opgedeeld. Hier spelen kinderen, daar zijn de voetgangers thuis, verderop rijden tram en bus.

Op het theorie-examen moet je bij elk van die plaatsen twee dingen weten: mag jij erin, en hoe snel?

Wanneer is de straat van de spelende kinderen?

Definitie. Een speelstraat is een openbare weg die tijdelijk, tijdens bepaalde uren, aan de ingangen afgesloten is met hekken. Op het hek staat het bord verboden toegang, met een onderbord waarop speelstraat staat en de uren. De hele breedte is dan voor het spel, vooral door kinderen.

Stel: woensdagnamiddag, een woonwijk in Leuven. De hekken staan er. Motorvoertuigen mogen er dan alleen nog bij uitzondering in.

Wie mag er toch in?

  • bestuurders van een motorvoertuig die in de straat wonen, of van wie de garage in die straat ligt;
  • prioritaire voertuigen, wanneer hun opdracht dat vraagt;
  • voertuigen met een vergunning van de beheerder van de weg;
  • fietsers.

Al die bestuurders rijden stapvoets. Ze laten de doorgang vrij voor wie speelt, geven hen voorrang en stoppen als het moet. Een fietser stapt af wanneer dat nodig is.

Je brengt de spelende voetgangers niet in gevaar en je hindert ze niet. Bij kinderen ben je extra voorzichtig. Er mag speelgerief staan, zolang de toegelaten bestuurders en de prioritaire voertuigen er nog door kunnen.

Speelstraat in Leuven, en jouw garage ligt in die straat. Mag je met de auto naar huis?

Wie mag op een voorbehouden weg rijden?

Langs een jaagpad bij Gent, tussen de velden, in een park: een blauw vierkant bord vol symbolen. De regel past in één zin. Alleen de categorieën waarvan het symbool op het bord staat, mogen er rijden.

Officieel heet dat een weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs. Kortweg noemen we dat een voorbehouden weg. Twee versies maken het verschil.

Blauw vierkant bord: weg gedeeld door voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Dit bord: de afgebeelde weggebruikers delen de hele weg.
Blauw vierkant bord met een witte lijn: fietsers aan de ene kant, voetgangers aan de andere
Dit bord: de witte lijn wijst iedereen zijn deel aan.

Op de weg van het eerste bord mengt iedereen zich. Op de weg van het tweede bord volgt iedereen het deel dat het bord aanwijst. Je mag wel op het andere deel, als je de doorgang vrijlaat voor de weggebruikers voor wie dat deel is aangewezen.

In beide gevallen is de snelheid beperkt tot 30 km/u. Spelen mag. Je brengt elkaar niet in gevaar en je hindert elkaar niet. Je blokkeert de doorgang niet zonder reden, en bij kinderen ben je extra voorzichtig.

Eindeborden van een voorbehouden weg: het beginbord met een rode balk, gedeeld of met gescheiden delen
Het einde toont het beginbord opnieuw, met een rode balk: één versie voor de gedeelde weg, één voor de weg met gescheiden delen.
Onthoud. Voorbehouden weg: alleen wie een symbool op het bord heeft, hoogstens 30 km/u, en spelen mag. Zonder scheidingslijn deel je de hele breedte. Met een witte lijn blijft iedereen op zijn eigen deel.

Hoe snel mag je hoogstens rijden op een voorbehouden weg?

Wie mag er toch op, ook zonder symbool?

Vier soorten voertuigen mogen deze voorbehouden wegen toch volgen.

Prioritaire voertuigen, wanneer hun opdracht dat vraagt. En, met een vergunning van de beheerder: de voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud, de vuilniswagens, en de voertuigen van de aanwonenden en van hun leveranciers.

Onthoud. Wie mag toch binnen waar de toegang beperkt is? De lijsten lijken op elkaar: prioritaire voertuigen komen bijna overal terug, net als onderhoud, vuilnis en wie er woont of levert. Leer de logica in plaats van de lijst: op het examen bouw je het antwoord zo weer op.

De landbouwvariant: de tractor staat op het bord

Blauw vierkant bord met een landbouwvoertuig, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
De landbouwvariant: het landbouwvoertuig staat bij de andere symbolen.

Buiten Kortrijk, tussen de velden, toont het bord ook een landbouwvoertuig. Dan komen er categorieën bij, boven op de symbolen die je ziet:

  • voertuigen die naar de aanliggende percelen rijden of ervandaan komen;
  • niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers;
  • bespannen voertuigen, als het symbool van een landbouwvoertuig op het bord staat;
  • voertuigen voor onderhoud, vuilnisophaling, toezicht en hulpverlening, en prioritaire voertuigen.

Ook hier mogen voetgangers, fietsers, ruiters en bestuurders van speed pedelecs de hele breedte gebruiken. Ze blokkeren de doorgang niet zonder reden.

Het gemotoriseerd verkeer, en zeker de landbouwvoertuigen, is extra voorzichtig tegenover voetgangers, fietsers, ruiters, de niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers en de bespannen voertuigen. De snelheid blijft 30 km/u. Het eindebord toont waar die voorbehouden weg ophoudt.

Wat geldt er in een voetgangerszone?

Definitie. Een voetgangerszone is een of meer openbare wegen voor de voetgangers. Borden duiden het begin en het einde aan. Voetgangers gebruiken er de hele breedte van de openbare weg, spelen mag, en parkeren is verboden.

In het centrum van Brugge staat het beginbord rechts aan elke ingang. Links mag het herhaald worden. Aan elke uitgang staat het eindebord rechts. Links mag het herhaald worden.

Begin en einde van een voetgangerszone (F103 en F105) met de vermelding uitgezonderd laden en lossen van 6 tot 11 u en het fietssymbool.
Begin en einde van de zone. De vermeldingen zeggen wie er nog in mag, en tijdens welke uren.

Wie mag erin, en hoe?

Ook zonder kaart mogen er binnen: prioritaire voertuigen als hun opdracht dat vraagt, trams en bussen van de geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer, de voertuigen voor toezicht, controle en onderhoud, en de vuilniswagens.

Met een vrije doorgangskaart van de burgemeester, of van wie hij aanduidt, komen er voertuigen bij. De kaart hangt aan de binnenkant van de voorruit.

  • bestuurders van wie de garage in de zone ligt en alleen via de zone bereikbaar is;
  • alleen als het echt niet anders kan: leveringen van handelszaken in de zone die alleen via de zone bereikbaar zijn, wanneer leveren een hoofdactiviteit is;
  • alleen als het echt niet anders kan: voertuigen die in de zone werken komen uitvoeren;
  • toeristische miniatuurtreinen, en een sleep van een tractor en een huifkar;
  • bespannen voertuigen en rijwieltaxi's (fietstaxi's): hier heeft de bestuurder de kaart bij zich;
  • voertuigen voor een medisch beroep of voor thuisverzorging.

Het toegangsbord kan, met de uren en de voorwaarden die erop staan, ook nog anderen binnenlaten: voertuigen die komen laden of lossen, taxi's die in de zone iemand afzetten of ophalen, en fietsers.

Voor iedereen die er mag rijden: stapvoets, de doorgang vrijlaten voor de voetgangers, stoppen als het moet. Je brengt ze niet in gevaar en je hindert ze niet.

Op het examen. In een voetgangerszone stapt een toegelaten fietser van de fiets wanneer de voetgangers zo dicht op elkaar staan dat de doorgang moeilijk wordt. Blijven zitten of bellen lost niets op: afstappen is de regel.

Je mag als fietser een voetgangerszone in, maar de voetgangers staan er zo dicht op elkaar dat je er moeilijk door raakt. Wat doe je?

Mag je de bedding van tram en bus volgen?

Definitie. De bijzondere overrijdbare bedding is het deel van de openbare weg voor de voertuigen van de geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer, de trams en de bussen. Op het wegdek zie je één of twee brede doorlopende witte strepen, of een dambord van witte vierkanten. Soms staan er ook woorden.
Bord van de bijzondere overrijdbare bedding voor bus en tram
Het bord van de bedding voor tram en bus staat na elk kruispunt opnieuw. De bedding hoort niet bij de rijbaan.

Onthoud vooral dit: de bedding maakt geen deel uit van de rijbaan, net als het fietspad. Je rijdt er dus niet op, behalve om een hindernis op de rijbaan te ontwijken, of wanneer het bord of een onderbord jouw categorie toelaat, zoals een taxi, een fiets of een bromfiets.

Wanneer mag je de bedding dwarsen?

Overrijdbaar wil zeggen dat je ze mag oversteken. Andere bestuurders mogen de bedding dwarsen in drie gevallen:

  • op een kruispunt;
  • om een eigendom langs de bedding in te nemen of te verlaten;
  • om een parkeerplaats langs de bedding in te nemen of te verlaten.

Erop rijden mag in één geval: om een hindernis op de rijbaan te ontwijken. Je mag de bedding niet volgen om vlak voor een kruispunt van richting te veranderen. Op een busstrook mag dat wel, hier niet.

Nog een uitzondering, boven op de categorieën die het bord toelaat: een prioritair voertuig op een dringende opdracht mag de bedding volgen, met blauwe knipperlichten en sirene aan.

Valkuil. Overrijdbaar betekent dat je de bedding mag dwarsen: op een kruispunt, naar een eigendom, of naar een parkeerplaats erlangs. Erop rijden doe je alleen om een hindernis te ontwijken. Nooit als kortere weg, en ze hoort niet bij de rijbaan.
Onthoud. Zie de bedding als de strook van de tram, niet als een sluipweg. Je mag ze dwars oversteken. Je mag ze niet volgen om tijd te winnen.

Mag je een overrijdbare bedding dwarsen om een parkeerplaats langs de bedding te bereiken?

Stapvoets bij de spelende kinderen en bij de voetgangers, 30 km/u op de voorbehouden wegen, en de bedding van tram en bus nooit als kortere weg. Daarmee heb je de reflexen. Herhaal ze hieronder, en doe daarna de quiz.

De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz10
Verkeersbord: Begin van een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Begin van een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Verkeersbord: Begin van een voorbehouden weg met aanduiding van ieders deel
Begin van een voorbehouden weg met aanduiding van ieders deel
Verkeersbord: Begin van een weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Begin van een weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Verkeersbord: Einde van een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Einde van een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Verkeersbord: Einde van een voorbehouden weg met gescheiden delen
Einde van een voorbehouden weg met gescheiden delen
Verkeersbord: Einde van een weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Einde van een weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs
Verkeersbord: Begin van een voetgangerszone
Begin van een voetgangerszone
Verkeersbord: Einde van een voetgangerszone
Einde van een voetgangerszone
Verkeersbord: Bijzondere overrijdbare bedding
Bijzondere overrijdbare bedding
Verkeersbord: Verboden toegang in beide richtingen
Verboden toegang in beide richtingen

Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.

Bronnen en methodologie
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode), artikelen 2.7, 2.34, 2.35, 2.36, 22quinquies, 22sexies, 22septies, 22octies, 37.5, 72.5 en 72.6
  • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, artikelen 9.2.bis, 12.5.bis en 14.6
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 (Wegcode, Vlaamse versie), verkeersborden: bord C3, bord F99a, bord F99b, bord F101a, bord F101b, bord F99c, bord F101c, bord F103, bord F105 en bord F18

Auteur: Wenceslas Dasnois, oprichter van Rijbewijs B Theorie. Les geschreven en gecontroleerd volgens onze redactionele principes en onze controlemethode.

Credits van de afbeeldingen. Beelden en schema’s: Rijbewijs B Theorie ; Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975) ; Officiële verkeersborden: Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975) ; Samenstelling van Rijbewijs B Theorie met 2 officiële modellen: Officiële modellen van de Belgische verkeersborden (KB van 1 december 1975).