Bord woonerf: zone 30, erf en schoolstraat
- Woonerf en erf: hoogstens 20 km/u. Voetgangers hebben de hele breedte, spelen mag.
- Fietszone: hoogstens 30 km/u. Je haalt fietsers en speed pedelecs niet in.
- Schoolstraat: op bepaalde uren dicht voor motorvoertuigen. Wie toch mag, rijdt stapvoets.
- Speelstraat: ook stapvoets. Wie er woont of een garage heeft, mag binnen.
- Zone 30, schoolomgeving en verhoogde inrichting: 30 km/u. Bebouwde kom: 50 km/u, tenzij een bord iets anders oplegt.
Hieronder zie je per plek het bord, de snelheid en de valstrikken.
Stapvoets, 20, 30 of 50: vier tempo's op een korte rit. In één wijk in Gent of Leuven kan de maximumsnelheid drie keer veranderen, zonder dat je de wijk verlaat. Op het theorie-examen kost een fout op een vraag over de toegelaten maximumsnelheid je 5 punten in plaats van 1. Je moet dus op elke plek de juiste snelheid kennen.
Woonerf of erf: wat is het verschil?


Vanaf het beginbord deel je de straat met de voetgangers. Dit zijn de regels:
- voetgangers mogen de hele breedte van de openbare weg gebruiken. Ze mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren;
- spelen is toegelaten;
- je rijdt hoogstens 20 km/u;
- je brengt voetgangers niet in gevaar en hindert hen niet. Zo nodig stop je. Bij kinderen ben je dubbel voorzichtig.
Stel: je draait in Leuven een rustige straat in en een kind loopt een bal achterna. Je rijdt al niet sneller dan 20 km/u en je bent klaar om te stoppen.
Je rijdt een erf binnen in Mechelen. Hoe snel mag je daar maximaal?
Waarom mag ik die fietser in een fietszone niet inhalen?
Een fietszone is een of meer openbare wegen met eigen regels voor fietsers. Het woord fietszone op het begin- of eindebord is niet verplicht.
Motorvoertuigen mogen de zone in, maar mogen fietsers niet inhalen. Sneller dan 30 km/u mag er niet. Een speed pedelec telt hier als fietser: die haal je ook niet in.
Een fietser rijdt voor je uit, trager dan je zou willen. In een straat met één rijrichting mag hij midden op de rijbaan rijden, anders op de rechterhelft. Jij blijft achter hem. Aan een kruispunt blijven verkeerslichten, borden en de voorrang van rechts gelden.
Een oud bord met het woord fietsstraat mag het begin of het einde nog aanduiden tot 1 januari 2035. Een ouder fietszonebord dat voor de hele zone geldt, mag blijven tot 1 januari 2032.
In een fietszone in Brugge rijdt een fietser traag voor je uit. Mag je hem inhalen?
Wanneer blijft mijn auto uit een schoolstraat?

Tijdens die uren is de straat voorbehouden voor voetgangers, rijwielen en speed pedelecs. Een gewone auto niet, tenzij een van deze uitzonderingen geldt:
- prioritaire voertuigen, als hun opdracht dat vraagt;
- voertuigen met een vergunning van de wegbeheerder;
- motorvoertuigen die het onderbord zelf als uitzondering noemt.
In de straat wonen of er een garage hebben volstaat niet. Ook een vierwielige bromfiets, de zogenaamde auto zonder rijbewijs, blijft een motorvoertuig: als de schoolstraat dicht is, mag die er niet in.
Wie binnen mag, rijdt stapvoets, laat de doorgang vrij, verleent voorrang aan voetgangers en fietsers en stopt zo nodig. Staat er bij een vraag over de schoolstraat 20 of 30 km/u als antwoord, dan is dat een valstrik: de limiet is geen getal, maar stapvoets.

Jij hebt een vergunning om een schoolstraat in Hasselt in te rijden. Hoe snel rijd je?
Wat verandert er in een speelstraat?
Een speelstraat is een openbare weg waar tijdelijk, op bepaalde uren, aan de ingangen een hek staat. Op dat hek hangt het bord toegang verboden, met een onderbord speelstraat.
De hele breedte is dan voorbehouden voor het spelen, vooral door kinderen. Wie speelt, telt als voetganger. Alleen deze weggebruikers mogen er dan in:
- bestuurders van motorvoertuigen die in de straat wonen of er een garage hebben;
- prioritaire voertuigen, als hun opdracht dat vraagt;
- voertuigen met een vergunning van de wegbeheerder;
- fietsers.
Zij rijden stapvoets, verlenen voorrang aan wie speelt en stoppen zo nodig. Fietsers stappen af als het moet. Bij kinderen ben je dubbel voorzichtig.
Zone 30 en een drempel: hoe traag rijd ik?
In een zone 30 is de snelheid beperkt tot 30 km/u, op elke weg tussen het beginbord en het eindebord.
Een schoolomgeving is zo'n zone rond de toegang tot een school. Begin en einde zijn dezelfde zoneborden. Bij het begin hoort ook het gevarenbord dat een plaats aanduidt waar veel kinderen komen. Soms ligt de school in een grotere zone 30, omdat de straten errond vooral bedoeld zijn om er te wonen en te verblijven.
Een verhoogde inrichting, in de volksmond een verkeersdrempel, is een verhoging dwars op de weg, bedoeld om de snelheid te matigen. De dubbele voorzichtigheid en de 30 km/u gelden in drie gevallen: als het gevarenbord én het blauwe bord de inrichting aankondigen, als op een kruispunt alleen het gevarenbord staat, of als de inrichting binnen een zone 30 ligt.

Op die inrichting gelden vaste regels:
- je nadert dubbel voorzichtig en met matige snelheid, zodat je er niet sneller dan 30 km/u over rijdt;
- links inhalen van een gespan (zoals paard en kar), een tweewielig motorvoertuig of een voertuig met meer dan twee wielen is verboden. Een auto, een bromfiets, een motorfiets of een speed pedelec haal je er niet links in. Een fietser, een step of een ruiter wel;
- stilstaan en parkeren zijn er verboden, behalve als een plaatselijk reglement het toelaat.
Een gewoon rond snelheidsbord is geen zonebord: het geldt tot en met het volgende kruispunt, tot een ander snelheidsbord of tot een bord dat een bebouwde kom, een woonerf, een erf of een voetgangerszone begint of beëindigt.
Hoe snel mag ik in de bebouwde kom?
De bebouwde kom is een gebied met bebouwing. Op de invalswegen staat het bord begin van de bebouwde kom, op de uitvalswegen het bord einde. Die borden dragen de naam van de gemeente, een silhouet van gebouwen, of allebei. Elke versie betekent hetzelfde.


Staat het ronde bord 30 boven het begin, dan geldt 30 km/u op alle wegen in de kom. Boven het einde staat dan het bord dat die beperking opheft.
Een rond snelheidsbord ergens in een straat geldt tot en met het volgende kruispunt. Vanaf dat kruispunt is het in de kom weer 50 km/u. Kom je eerder een ander snelheidsbord tegen, dan geldt de snelheid van dat bord.
Eindigt een zone 30, een schoolomgeving of een erf, dan geldt in de bebouwde kom vanaf dat eindebord opnieuw 50 km/u. Voorbij het einde van een woonerf gelden de bijzondere regels niet meer, ook de 20 km/u niet.
Rijd je het einde van de bebouwde kom voorbij, dan is de snelheid in Vlaanderen 70 km/u, tenzij een bord een andere snelheid aanduidt. Op een autosnelweg is het zonder bord 120 km/u. Dat geldt ook op een weg met minstens twee rijstroken per richting, als de rijrichtingen anders dan door wegmarkeringen gescheiden zijn, bijvoorbeeld door een middenberm of een vangrail.
Je rijdt Gent binnen. Je ziet het bord begin van de bebouwde kom, en geen snelheidsbord. Hoe snel mag je maximaal?
Wie mag op een voorbehouden weg, en hoe snel?
Sommige wegen zijn voorbehouden voor de weggebruikers van wie het symbool op het bord aan het begin staat. Staat daar het bord voor voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs, dan mag een bromfiets klasse A of klasse B die weg niet op.
Prioritaire voertuigen mogen erop als hun opdracht dat vraagt. Met een vergunning ook: aanwonenden, hun leveranciers, onderhoud en de vuilnisophaling. Spelen mag, zonder elkaar in gevaar te brengen.
Een ander bord duidt een weg aan die voorbehouden is voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs. Voetgangers, fietsers, ruiters en speed pedelecs mogen de hele breedte gebruiken, zonder het verkeer nodeloos te belemmeren. Op beide soorten wegen is de snelheid 30 km/u.
Stapvoets, 20, 30, 50: je weet nu waar je gas terugneemt, en tot welke snelheid. Leer geen losse zones vanbuiten, maar die ladder: kijk bij een vraag eerst waar je bent, en zoek dan de juiste trede. De herhaling hieronder zet de ladder op kaartjes. Daarna testen de oefenvragen of je op elke plek het juiste tempo kiest.
De verkeersborden in deze lesJe herhalingsfiche: de vorm en de betekenis, vóór de quiz14














Verkeersborden uit de Belgische signalisatie. Elk bord wordt uitgelegd in de bijhorende les in hoofdstuk 2 van de cursus.